'Wie aten koolraap zo van t laand. Zaand schuurt de moage', zegt opa. 'Slaat nergens op', meent jongste zoon, 'net zoals een hond zijn eigen kak eet' | column Herman Sandman
In dit artikel:
Terwijl hij te vroeg rapen zaait in zijn moestuin, denkt de schrijver terug aan een gesprek tussen zijn jongste zoon en opa. De oude man had gehint dat koolraap van het land vroeger goud waard was; het kind vindt dat onzin. De auteur bestrijdt die afwijzing en stelt dat de moderne mens te ver van de natuur leeft en daardoor geneigd is allerlei voordelen van oude gewoonten te onderschatten — het bekende beeld van het “smerige” maar gezonde kind.
Als voorbeeld noemt hij kippen: die pikken ook zand en kleine steentjes op. Dat is geen toeval maar functioneel: kippen hebben geen tanden en gebruiken grit in de spiermaag om voedsel te vermalen; zo kunnen ze ook tekorten aan mineralen als calcium of fosfor aanvullen. De schrijver controleert die informatie later en vindt dat het klopt.
Wanneer de zoon tegenwerpt dat honden hun eigen ontlasting eten en dat helemaal nergens op slaat, legt de auteur uit dat dat gedrag een naam heeft — coprofagie — en meerdere oorzaken kent: stress, verveling, voedingstekorten, verstoorde darmflora of honger. Het gedrag kan dus een signaal zijn van onderliggende problemen en niet zomaar willekeur.
De column eindigt met een bedachtzame terugkeer naar het beeld van opa en de koolraap: oude praktijk en instinct hebben vaak een praktische reden, ook al klinken ze in de moderne tijd vreemd.