WHO spreekt van 'catastrofale combinatie' ebola en oorlogsgeweld in Congo
In dit artikel:
In het oosten van de Democratische Republiek Congo bemoeilijken aanhoudende gevechten tussen verschillende gewapende groepen de bestrijding van een nieuwe ebola‑uitbraak, waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie. Volgens WHO‑leider Tedros Adhanom Ghebreyesus blokkeren de vijandelijkheden in de provincie Ituri het werk van hulpverleners en vragen ze om een onmiddellijk staakt‑het‑vuren zodat medische teams toegang krijgen tot getroffen gemeenschappen.
De WHO meldt officieel tien bevestigde doden, maar er zijn aanwijzingen dat sinds begin deze maand mogelijk tot circa 220 mensen aan de ziekte zijn overleden; naar schatting zijn zo’n negenhonderd mensen besmet. Het virus heeft een sterftepercentage rond de 50 procent en voor de huidige Bundibugyo‑variant bestaat nog geen vaccin. Rebellengroepen vallen ook zorginstellingen aan en door massale ontheemding komen mogelijk‑besmette personen in overvolle kampen terecht, wat de verspreiding bevordert.
Congo kampt al decennialang met conflict, vooral in het oosten waar strijd om waardevolle grondstoffen zoals coltan woedt. De situatie escaleerde sinds 2021 door de betrokkenheid van de rebellengroep M23, die steun zou krijgen van onder meer buurland Rwanda. Door armoede, een zwak zorgstelsel en terugkerende geweldsincidenten — waaronder recentelijke aanvallen van demonstranten op isolatietenten — is het moeilijk om de uitbraak effectief in te dammen.