WHO schakelt door van hanta naar ebola
In dit artikel:
Kort na de media-aandacht rond het Nederlandse schip Hondius — dat onderzocht werd op hantavirus — verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) afgelopen zondag de ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo en Oeganda tot een “internationale noodsituatie”. Kritische waarnemers verbinden deze escalatie aan de politieke druk rond het nog niet afgeronde wereldwijde pandemieverdrag en vooral aan de vastgelopen bijlage over Pathogen Access and Benefit Sharing (PABS), die regelt hoe landen bacteriën, virussen en bijbehorende data delen en hoe de opbrengsten daarvan worden verdeeld.
De 79e Wereldgezondheidsvergadering (WHA) in Genève stond deze week onder meer in het teken van dat pandemieverdrag; zonder akkoord op de PABS-bijlage kan het verdrag niet worden geratificeerd. Onderhandelingen over PABS liepen op 1 mei vast. Afrikaanse landen verzetten zich tegen het verplicht op eigen kosten vroegtijdig detecteren van ziekten en het overdragen van pathogeendata aan de WHO, uit vrees dat die informatie naar grote farmaceutische bedrijven stroomt die vervolgens vaccins ontwikkelen die de WHO aanbeveelt. Ratificatie kan, na vaststelling van de bijlage, nog jaren duren.
Critici zoals epidemioloog Nicolas Hulscher en voormalig WHO-arts David Bell wijzen op mogelijke belangenverstrengeling en opportunistische timing. Zij zien een verband tussen het mislukken van de PABS-onderhandelingen, het medialoft rond de Hondius (met honderden journalisten bij de aankomst in Rotterdam) en de snelle verschuiving van aandacht van hantavirus naar ebola. Hulscher stelt dat ebola — en in het bijzonder de Bundibugyo-variant die nu circuleert — historisch beperkt bleef tot regio’s waar direct lichamelijk contact plaatsvond, en dat er geen biologische aanwijzing is voor een wereldwijde pandemie.
Een andere zorg geldt de financiering van de WHO: na het terugtrekken van de VS is de Gates Foundation de grootste donor geworden, en organisaties waarin Gates participeert speelden een rol in vaccinentrajecten tijdens de coronapandemie. CEPI (Coalition for Epidemic Preparedness Innovations), mede opgericht door onder andere de Gates Foundation, het World Economic Forum en Wellcome Trust, gaf in januari 26,7 miljoen dollar aan Moderna en de Universiteit van Oxford voor ontwikkeling van mRNA- en virale-vectorvaccins tegen het Bundibugyo-ebolavirus. Tegenstanders noemen CEPI soms een “vaccinkartel” en vrezen dat commerciële belangen de publieke gezondheidsagenda beïnvloeden.
Samengevat: de recente WHO-actie en mediastorm rond verschillende virusuitbraken vallen samen met belangrijke, vastgelopen onderhandelingen over wereldwijd delen van pathogenen en opbrengsten. Dat voedt verdenkingen dat angstpolitiek en financiële belangen een rol spelen bij urgente gezondheidsbesluiten, en roept op tot meer transparantie over data-, financierings- en besluitvormingsprocessen binnen de internationale gezondheidszorg.