When One Secure Organization Is Not Enough
In dit artikel:
Cyberrisico’s verspreiden zich steeds verder buiten de grenzen van afzonderlijke bedrijven en landen. Cloudinfrastructuur, digitale dienstverlening, SaaS-platforms, betalingssystemen en andere leveranciers maken organisaties onderling afhankelijk. Daardoor kan een ziekenhuis, bank of overheidsdienst ondanks een goed eigen beveiligingsprogramma worden getroffen via een kwetsbare partner of leverancier.
Die ontwikkeling wordt versneld door kunstmatige intelligentie. AI helpt verdedigers kwetsbaarheden sneller opsporen, maar stelt aanvallers ook in staat om verkenning, social engineering en exploitatie op grotere schaal en tegen lagere kosten uit te voeren. Meer dan honderd bedrijven, waaronder OpenAI, Google, Microsoft, Anthropic, banken en beveiligingsbedrijven, waarschuwden daar op 27 augustus 2026 voor in een open brief. Volgens de ondertekenaars is er nog maar beperkte tijd om het algemene beveiligingsniveau te verhogen; traditionele beveiligingsmaatregelen zullen niet volstaan.
Dezelfde kwetsbaarheid geldt voor landen. Een slecht beveiligde jurisdictie kan via digitale handel, cloudregio’s, onderzeese kabels, betalingssystemen of gedeelde software risico’s veroorzaken voor andere landen. Vooral de minst ontwikkelde landen (LDC’s) en veel kleine eilandstaten (SIDS) kampen volgens de Global Cybersecurity Index van de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) met tekorten aan specialisten, middelen, budgetten en institutionele capaciteit. Hoewel LDC’s sinds 2020 vooruitgang hebben geboekt, lopen veel SIDS achter bij de invoering van belangrijke beveiligingsmaatregelen. Incidentrespons, nationale strategieën en opleidingen zijn er vaak nog in opbouw.
Het artikel betoogt dat het dichten van die kloof niet alleen een ontwikkelingsdoel is, maar ook in het gezamenlijke veiligheidsbelang ligt. Aanvallers zoeken immers naar de gemakkelijkste toegang tot een verbonden systeem, ongeacht het economische niveau van een land.
Als voorbeeld noemt het artikel het ITU-programma Cyber for Good, dat wordt beheerd door het Telecommunication Development Bureau en mede wordt gefinancierd door Zuid-Korea. Het programma richt zich op incidentrespons, nationale strategie en bestuur, en de ontwikkeling van vaardigheden in LDC’s en SIDS. In de eerste fase, van 2022 tot 2024, werden dertig LDC’s ondersteund. Volgens het ITU-jaaroverzicht over 2025 waren dat inmiddels 32 LDC’s en zes SIDS, onder meer via trainingen, fellowships en toegang tot technologie.
CTM360, waarvan oprichter en topman Mirza Asrar Baig al langer pleit voor collectieve cyberweerbaarheid, werkt als technologiepartner aan het programma. Het bedrijf stelt dat zijn platform nationale CERT’s en overheidsdiensten zonder langdurige installatie inzicht kan geven in internetgerichte systemen, gelekte inloggegevens, merkmisbruik en risico’s bij derden. CTM360 zegt betrokken te zijn bij 27 LDC’s en negen SIDS en zijn technologie aanvankelijk twee jaar kosteloos beschikbaar te hebben gesteld. In totaal telt Cyber for Good volgens het artikel meer dan 45 samenwerkingen in Afrika, Azië en de Pacific, de Arabische regio en Noord- en Zuid-Amerika.
De belangrijkste aanbevelingen zijn om ecosysteemrisico als een kernonderdeel van beveiliging te behandelen, nationale verschillen als een gedeeld veiligheidsprobleem te zien en oplossingen te kiezen die snel bescherming bieden. De auteurs concluderen dat de komende tien jaar niet alleen worden bepaald door de sterkste organisaties, maar vooral door de vraag of leveranciers en kwetsbare landen snel genoeg op een hoger basisniveau kunnen worden gebracht. De tekst bevat standpunten van CTM360 en weerspiegelt niet noodzakelijk die van de ITU of haar lidstaten.
Vandaag Inside: René van der Gijp en Johan Derksen fileren Ajax-beleid en wijzen één man aan als hoofdschuldige