Wethouders Amsterdam overleven debat over omstreden woonproject
In dit artikel:
Het Amsterdamse stadsbestuur mag doorgaan met Stek Oost, het grootste gemengde woonproject van de stad, ondanks zware kritiek in de gemeenteraad en twee verworpen moties van afkeuring. Het debat van gisteravond ontstond na een reeks soms gewelddadige incidenten in het complex nabij station Amsterdam Science Park, waarbij vooral GroenLinks-wethouders Zita Pels en Rutger Groot Wassink onder vuur lagen. Oppositiepartijen zoals VVD, JA21 en FVD verweten hen niet tijdig en daadkrachtig genoeg te hebben opgetreden.
Stek Oost opende in 2018 als cohousing-initiatief: 250 kleine studio’s met eigen voorzieningen, gemeenschappelijke ruimtes en een stiltecentrum. Oorspronkelijk was ongeveer de helft bestemd voor statushouders onder 27 en de andere helft voor Nederlandse studenten en starters; statushouders werden gekoppeld aan een student-buddy om integratie te bevorderen. Al vanaf 2019 signaleren bewoners en media dat samenleven niet soepel verliep: diefstal, seksuele overschrijdingen, vernieling en een sfeer van onveiligheid. Een bewoner werd later aangehouden voor meerdere zedendelicten en voor twee van die feiten tot drie jaar cel veroordeeld.
Na een extra beveiligingsronde meldde onderzoeksprogramma Zembla dat in de zomer van 2023 opnieuw ernstige problemen opdoken — van drugshandel en vechtpartijen tot de verdenking van een groepsverkrachting — waarna woningcorporatie Stadgenoot eind 2023 aanvankelijk van het project wilde stappen. De gemeente weigerde sluiting en wijzigde wel de samenstelling: sindsdien ongeveer 30% statushouders en 70% studenten/starters.
Als reactie op de nieuwe incidenten beloofde wethouder Pels maatregelen zoals cameratoezicht, extra sociaal beheer en inzet van beveiliging, met de kanttekening dat “veiligheidsgaranties bestaan niet.” Ondanks zorgen en politieke verontwaardiging blijft de gemeente vasthouden aan het gemengde woonconcept en zet het project voort.