Wethouder Guido Rink (45) blijft altijd verliefd op Emmen. 'Ik kom hier niet weg, maar ga ook niet meer weg'
In dit artikel:
Guido Pascal Rink (geb. 16 feb 1981) neemt op 1 mei na acht jaar afscheid van het wethouderschap in Emmen. De geboren Krimpenaar en opgegroeide Etten-Leurenaar vond op zijn 19e een nieuw leven in Drenthe toen hij voor handbalclub E&O naar Emmen vertrok. Wat begon als een sportieve stap groeide uit tot diepe sociale verankering: de jaren in Emmen bepaalden zijn vriendschappen, gezin en uiteindelijk zijn politieke loopbaan.
Rink maakte carrière als keeper (onder meer Tachos, E&O, V&L, Hurry-Up) totdat slijtage aan zijn heupen hem in 2013 deed stoppen. Daarna werkte hij als docent Nederlands, runde een uitzendbureau en deed planningswerk bij de Studieboekencentrale. Toen binnen de lokale politiek een wethoudersvacature ontstond, greep hij die kans en belandde in het college; hij noemt het een eer dat mensen hem daarvoor het vertrouwen gaven.
Centraal in Rinks verhaal staat de binding met de regio: hij raakt gevoelig wanneer hij praat over de hulp en warmte die hij in Drenthe ervoer. Kleine, alledaagse gebaren — de kookmoeders die spelers opvingen, of de gastvrije boerderij van familie Renting waar je zomaar binnenstapte en altijd koffie kreeg — gaven hem het gevoel erbij te horen. Die ‘naoberschap’ — het zorgen voor elkaar en de bereidheid om praktisch te helpen — noemt hij de kern van waarom hij in de regio is gebleven en zich er voor inzet.
Privé vond hij ook zijn partner in Drenthe: Nicoll, die hij in 2004 leerde kennen bij een training. Samen hebben ze drie kinderen en wonen ze in Emmer-Compascuum. Rink zegt dat hij weliswaar zijn Rotterdamse accent nog heeft, maar dat Drenthe in zijn manier van spreken en leven is gaan zitten: hij voelt zich thuis en blijft ambassadeur voor de regio.
Politiek is Rink verbonden aan de PvdA; de partij spreekt hem aan vanwege solidariteit en het idee dat je moet delen wat je hebt. Tegelijkertijd profileert hij zichzelf als vrijere denker op economisch terrein: hij gelooft in werk als middel tot zelfstandigheid en in een zo open mogelijke economie die kansen creëert. Als wethouder zette hij Emmen economisch op de kaart en haalde naar eigen zeggen miljoenen euro’s uit Brussel binnen; hij reisde vaak naar de Belgische hoofdstad om het verhaal van Emmen te vertellen.
Over zijn toekomst is hij voorzichtig maar ambitieus: hij wil het netwerk in Brussel, Den Haag en Emmen blijven benutten en denkt niet weg te gaan uit de regio. Hij zoekt vooral meer regie over zijn agenda — niet per se rust, maar vrijheid om keuzes te maken en makkelijker ja of nee te zeggen tegen uitnodigingen. Terugblikkend noemt hij zijn wethouderschap een eer en is hij trots op wat er is bereikt; de verbondenheid met de gemeenschap noemt hij blijvend en wezenlijk voor wie hij geworden is.