Wetenschappers zien uitweg in stikstofcrisis
In dit artikel:
Een team onder verantwoordelijkheid van Wageningen University stelt voor in Nederland regionale plafonds voor stikstofemissies in te stellen — een zogenoemde milieugebruiksruimte — zodat salderen (het verschuiven van stikstofruimte tussen projecten) weer mogelijk wordt zonder dat natuur extra wordt belast. Volgens het vrijdag verschenen rapport is het huidige beleid ongelukkig verknoopt met natuurherstel: initiatiefnemers (bedrijven, gemeenten) moeten nu vaak aantonen dat ‘bespaarde’ stikstofruimte niet nodig is voor herstel, iets wat in de praktijk bijna onmogelijk blijkt en daardoor veel projecten en innovatie blokkeert.
Het voorstel werkt via doelsturing: de wet verankert lagere emissies, waarna de resterende emissieruimte regionaal wordt toegedeeld aan bestaande en nieuwe activiteiten (wegen, woningen, fabrieken, stallen). Projecten die binnen die ruimte blijven krijgen vergunning, omdat duidelijk is dat de totale uitstoot en dus de depositie op natuur afneemt — daarmee wordt ook voldaan aan het Europese verslechteringsverbod. Hierdoor vervalt de noodzaak om per project complexe depositieberekeningen (zoals met de Aerius-calculator) te maken; die methode wordt bekritiseerd als onbetrouwbaar, vooral op grotere afstanden van natuurgebieden.
De auteurs benadrukken dat zij het stikstofprobleem en de noodzaak van natuurherstel niet bagatelliseren: naast minder stikstof zijn maatregelen tegen nitraat, fosfaat, lachgas, verdroging en slecht beheer nodig. Provincies en natuurbeheerders moeten betere beheerplannen opstellen. Volgens het rapport kan de aanpak grotendeels met bestaande instrumenten uit de Omgevingswet worden uitgevoerd, zonder ingrijpende wetswijziging.