Wetenschappers zien de kans op weersverschijnsel El Niño dit jaar groeien
In dit artikel:
Wetenschappers zien toenemende aanwijzingen dat El Niño dit jaar kan terugkeren. Met behulp van klimaatmodellen — onder andere van de Amerikaanse weer- en klimaatdienst NOAA — wordt de kans momenteel op ongeveer 50–60% geschat, maar die verwachting bevat nog aanzienlijke onzekerheid. Als El Niño zich inderdaad ontwikkelt, zou dat na de zomer beginnen en tot het voorjaar van 2027 kunnen aanhouden; nu zitten we nog in de laatste fase van La Niña gevolgd door een neutrale tussenperiode.
El Niño is een natuurlijk klimaatverschijnsel waarbij het zeewater in de tropische Stille Oceaan, vooral bij de kust van Zuid-Amerika, aanzienlijk opwarmt. Daardoor verzwakken passaatwinden en oceaanupwelling, met wereldwijd verschillende weersverstoringen tot gevolg: doorgaans natter weer in delen van Zuid-Amerika en juist droogte in Indonesië en Australië. Voor Nederland zijn de effecten beperkt; het KNMI verwacht hooguit een iets natter voorjaar als El Niño zich ontwikkelt.
De vorige sterke El Niño in 2023 was uitzonderlijk—alleen 1998 en 2016 lieten vergelijkbare oceaantemperaturen zien—en 2024 werd het warmste jaar sinds het begin van de metingen, mede doordat oceaanwarmte in de atmosfeer terechtkwam. Hoewel het nog onduidelijk is of klimaatverandering de frequentie van El Niño verandert, verergert de opwarming wel de impact: extremen worden intenser en temperatuurrecords vallen eerder. Zoals KNMI-expert Carine Homan zegt: "Het is nog niet in kannen en kruiken." Kortom: er is een redelijke kans op El Niño, maar de precieze komst en kracht blijven onzeker.