Wetenschappers ontdekken hoe coronavaccins in zeldzame gevallen hartspierontsteking veroorzaken

zaterdag, 13 december 2025 (08:21) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Onderzoekers van Stanford (onder leiding van professor Joseph Wu) hebben het mechanisme achter de zeldzame gevallen van myocarditis na mRNA-coronavaccins (Pfizer, Moderna) opgehelderd en een mogelijke manier gevonden om die bijwerking te voorkomen. Door bloedmonsters van gevaccineerde mensen (waaronder enkelen met myocarditis), humane cellen in kweek en muismodellen te bestuderen, traceerden ze de ontstekingsreactie naar twee cytokinen: CXCL10 en interferon-gamma (IFN-γ). Deze signaalmoleculen blijken hartcellen te beschadigen wanneer ze in hoge concentraties vrijkomen.

Wat er volgens het team gebeurt: mRNA-vaccins activeren macrofagen (immuuncellen die onder andere CXCL10 produceren). Die macrofagen schakelen op hun beurt T‑cellen aan, waardoor meer IFN-γ vrijkomt. In laboratoriumkweek gaven macrofagen na blootstelling aan mRNA-vaccins veel CXCL10 af; bij toevoeging van T‑cellen nam de IFN-γ-productie sterk toe. Jonge mannelijke muizen die werden gevaccineerd ontwikkelden op vergelijkbare wijze myocarditis; direct inspuiten van CXCL10 en IFN-γ veroorzaakte eveneens hartschade. Blokkade van deze twee moleculen verminderde het ontstaan van myocarditis, terwijl de vaccin‑geïnduceerde immuunrespons intact bleef.

De onderzoekers koppelen deze bevindingen aan epidemiologische observaties: myocarditis als bijwerking komt vooral (zij het zelden) voor bij jonge mannen, met een geschatte frequentie van ongeveer 1 per 16.750 gevaccineerde mannen onder 30. Het risico op myocarditis na een SARS‑CoV‑2‑infectie ligt naar schatting meerdere malen hoger. Symptomen variëren van koorts en pijn op de borst tot kortademigheid; myocarditis kan behandeld worden maar kan ook ernstige hartschade tot gevolg hebben.

Als mogelijke preventieve maatregel testte het team genisteïne — een plantaardige stof uit sojabonen die op het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen lijkt en ontstekingsremmende eigenschappen heeft. Voorgaand werk van Wu liet al zien dat genisteïne hart‑ en vaatbeschadiging in andere modellen kan beperken. In de huidige studie verlaagde toediening van genisteïne bij gevaccineerde muizen de kans op hartontsteking. De auteurs suggereren dat oestrogeenachtige stoffen kunnen meespelen in de lagere gevoeligheid van vrouwen voor deze bijwerking.

Belangrijke praktische noten: de studie is gebaseerd op muismodellen en laboratoriumonderzoek met menselijk bloed — directe vertaling naar mensen vereist vervolgonderzoek en klinische studies. De onderzoekers benadrukken dat mRNA‑vaccins zeer effectief en over het algemeen veilig zijn en dat zonder vaccinatie veel meer mensen ernstig ziek zouden zijn geworden door covid-19. De bevindingen, gepubliceerd in Science Translational Medicine, kunnen helpen bij het ontwikkelen van gerichte preventieve maatregelen (zoals blokkade van CXCL10/IFN‑γ of co‑behandeling met genisteïneachtige middelen) om het risico op vaccin‑geassocieerde myocarditis te verminderen, en werpen ook licht op hoe mRNA‑vaccins ontstekingsreacties in andere weefsels zouden kunnen uitlokken.