Wetenschappers kunnen niet wachten tot Trump weg is. 'Er zullen mensen sterven die niet hoeven te sterven'
In dit artikel:
Sinds de herverkiezing van Donald Trump staat de Amerikaanse wetenschap onder grote druk: lobbygroepen, universiteiten en individuele onderzoekers voeren rechtszaken, voeren intensief lobbywerk en passen soms zelfcensuur toe om financiering en samenwerking veilig te stellen. Twee dagen na Trumps verkiezingszege (7 november 2024) kreeg Susan Polan van de American Public Health Association (Apha) een vroeg-morgengeprek van haar baas met de vraag hoe ver ze bereid waren te gaan — en een minuut na Trumps inauguratie in januari 2025 spande Apha de eerste van uiteindelijk meerdere rechtszaken aan.
Apha klaagde onder meer tegen Doge (Department of Government Efficiency), een door Elon Musk beïnvloed departement dat personeel wilde saneren zonder oog voor gevolgen. Hoewel die zaak stopte toen Doge verdween, leidden bezuinigingen elders tot forse verliezen bij de Centers for Disease Control (CDC), met volgens Polan “gigantische” gevolgen voor de volksgezondheid. Repercussies voor belangenorganisaties waren concreet: federale ambtenaren vermeden Apha-evenementen of werden door staten verboden om tijdens werktijd met de organisatie samen te werken.
Ook de Association of American Universities (AAU) ging in beroep toen de National Institutes of Health (NIH) in februari 2025 plotseling administratieve overheadkosten voor projecten terugbracht van 30–70% naar 15%. Omdat die maatregel miljarden aan onderzoeksgeld zou kosten en binnen een weekend ingevoerd moest worden, stapte de AAU — voor het eerst in haar geschiedenis — naar de rechter. De zaak behaalde aanvankelijk gelijk, maar in beroep bleek gerechtelijke bescherming onbetrouwbaar in het Trump-tijdperk.
In mei 2025 diende Trump een begroting in met extreem ingrijpende voorstellen: tot 55% kortingen op grote onderzoeksfondsen zoals NSF, CDC, NIH, NOAA en NASA. In de nasleep hield het Congres — via begrotingswetten gesteund door Republikeinen en met instemming van Democratische minderheden — grotendeels vast aan de bestaande bedragen, wat dit jaar een overwinning was voor de wetenschapslobby. Maar de door Trump benoemde leidinggevenden van instituten bezuinigden selectief op onderzoek dat als politiek of ideologisch gevoelig werd beschouwd, wat leidde tot onzekerheid en censuur.
Wetenschappers rapporteerden dat zelfs bepaalde trefwoorden in subsidieaanvragen (bijv. “trans”, “virus”) financieringskansen konden saboteren; programma-officials raadden soms expliciet aan woorden te vermijden. De combinatie van inhoudelijke inmenging, minder vertrouwen in federale steun en strengere immigratie- en visumregels (een werkvisumtarief dat werd verhoogd tot 100.000 dollar) leidde tot een braindrain: veel onderzoekers accepteerden aanbiedingen in Europa of Canada. Brussel promootte actief ‘Choose Europe’ en extra middelen om talent aan te trekken.
Historische context uit de AAAS-conferentie werd aangevoerd door historicus Jacob Hamblin: wetenschap heeft voor de VS altijd ook soft power betekend (bijv. het Internationaal Geofysisch Jaar en deelname aan IAEA), maar die rol lijkt onder Trump te zijn verzwakt. Illustratief is het vertrek uit de WHO en het plan van de regering om een eigen wereldwijd infectie-informatienetwerk op te zetten — een kostbaar alternatief van naar schatting 2 miljard dollar per jaar in plaats van de 680 miljoen die men dacht te besparen.
Toch zien betrokkenen ook dwarsliggende kansen. Polan stelt dat het decimeren van de CDC aanleiding kan zijn om de organisatie breder te herijken — niet alleen op infectieziekten, maar ook op chronische ziekten, vuurwapens en klimaatgerelateerde gezondheidsrisico’s. Maar ze waarschuwt even hard: de veranderingen zullen naar verwachting leiden tot onnodig ziekte- en sterfteleed voordat herstel of vernieuwing mogelijk is.
Kort samengevat: juridische acties en lobbywerk hebben tot nu toe enkele directe begrotingsdreigingen afgewend, maar politieke benoemingen, ideologisch gemotiveerde ingrepen en immigratiemaatregelen hebben de onderzoeksvrijheid en aantrekkelijkheid van de VS als wetenschapsland serieus ondermijnd — met verstrekkende gevolgen voor volksgezondheid, innovatie en de internationale positie van de Amerikaanse wetenschap.