Wetenschappers dringen 'menselijke daders' op bij 45.000 jaar oude kannibalen-baby's: De bizarre tunnelvisie ontleed
In dit artikel:
In een recente studie zijn botresten van ongeveer 45.000 jaar oud uit de Goyet-grot bij Namen (België) opnieuw geanalyseerd. De vondst omvat de resten van zes personen — vier jonge vrouwen en twee jongens (waaronder een baby en een zesjarig kind) — waarop duidelijke snijsporen zijn aangetroffen. Uit de slijtage en sporen op het botmateriaal leiden de onderzoekers af dat er sprake kan zijn geweest van rituele of voedselmatige verwerking, mogelijk inclusief koken. Chemische en herkomstanalyses suggereren bovendien dat de slachtoffers geen directe familie waren en uit een andere regio afkomstig konden zijn, wat past bij een scenario van een gewelddadige overval of ontvoering door een rivaliserende groep.
De hoofdautrice, dr. Isabelle Crevecoeur, stelt dat cannibalisme door neanderthalers op basis van het bewijsmateriaal een plausibele verklaring is. Toch noemen de auteurs in de publicatie ook de mogelijkheid dat vroege homo sapiens betrokken waren — een hypothese die door critici, onder wie professor Chris Stringer, als onbewezen wordt bestempeld omdat er geen indicaties zijn dat moderne mensen toen in de directe omgeving leefden. Die keuze om homo sapiens als alternatieve dader te noemen, levert controverse op: sommige commentatoren beschuldigen de onderzoekers van politieke motieven of van overdreven voorzichtigheid in de toeschrijving van schuld.
Kort samengevat: de Goyet-botten leveren sterk materiaal voor de interpretatie dat neanderthalers betrokken waren bij dodelijk geweld en mogelijk kannibalisme, maar de exacte daderidentiteit blijft betwist door de onzekerheden in het archeologische spoor. De publicatie heeft daarmee zowel wetenschappelijke als maatschappelijke discussie uitgelokt over interpretatie, bewijslast en hoe prehistorisch geweld wordt geduid.