Wetenschappers die willen promoveren op de wet van de remmende voorsprong zouden eens moeten aanschuiven bij ons ontbijt | column Wieberen Elverdink
In dit artikel:
Een brugklasser meldt gefrustreerd dat hij te laat is gekomen: zijn telefoon lag nog op het fietszadel, hij moest terug naar de stalling en werd bij binnenkomst door de conciërge op zijn horloge gewezen. De auteur moet erom lachen; thuis begint elke ochtend als een race tegen de klok, waarbij een verloren halfuur genoeg is om de rest van de dag in paniek te zetten.
Elverdink haalt herinneringen op aan zijn eigen schooltijd: ritjes op de fiets waarin hij precies wist welke tussenpunten hij moest halen, hoeveel seconden nodig waren om de fiets weg te zetten en de jas op te hangen, en de grote natuurstenen trap naar de aula waar de conciërges als strenge douaniers stonden. Op die trap kon een enkele stap het verschil maken tussen op tijd zijn of door de “stiptheidspolitie” gegrepen worden.
Hij vertelt een scène uit 1995 waarin hij bijna de dupe was van die regels, totdat een klasgenootje van wie hij heimelijk hield toneelmatig neerzakte, de conciërges afleidde en hem met een ondeugende blik het sein gaf om langs te sluipen. Het stuk combineert actuele gezinspraktijk met nostalgie en laat zien hoe kleine rituelen, theatrale ingrepen en een scherp oog voor timing bepalen wie de ochtend wint — en hoe snel jongeren en ouders daarin meegesleurd worden.