„Wetenschap laat briljant ontworpen mens zien; evolutie schiet tekort als verklaring"
In dit artikel:
De Britse industrieel ontwerper en emeritus hoogleraar Stuart Burgess betwist de gedachte dat het menselijk lichaam vooral uit evolutionaire ‘ontwerpfouten’ bestaat. Evolutiebiologen zoals Abby Hafer en Richard Dawkins wijzen juist op gebrekkige eigenschappen, waaronder de opbouw van het menselijk oog, als aanwijzing voor een blind proces van mutatie en natuurlijke selectie. Volgens Burgess verdwijnen zulke bezwaren wanneer biologische systemen nauwkeurig worden onderzocht: dan zouden vooral hun uitzonderlijke complexiteit, samenhang en doelgerichtheid opvallen.
In zijn boek vergelijkt Burgess onderdelen van het lichaam, zoals de knie, enkel, pols, hand, vingers, ademhaling en bloedsomloop, met menselijke technologie. Hij noemt die systemen staaltjes van hoogstaand ingenieurswerk, die volgens hem vaak beter functioneren dan door mensen gemaakte apparaten. Als voorbeeld gebruikt hij de Envisat-satelliet, waaraan hij bij de ontwikkeling betrokken was. Die bestond uit circa 100.000 complexe onderdelen en miljoenen essentiële ontwerpgegevens. Een kleine fout kon de hele missie doen mislukken. Burgess stelt dat biologische systemen nog verfijnder zijn, bovendien zichzelf opbouwen, fouten kunnen corrigeren en sommige functies dubbel uitvoeren.
Daarom acht hij doelloze, stapsgewijze evolutie volgens de logica van engineering ongeschikt om zulke geïntegreerde systemen te verklaren. Bij een satelliet leiden kleine wijzigingen vaak tot het herontwerpen van honderden onderdelen; echte vooruitgang vereist volgens hem soms grote innovatiesprongen en een duidelijk einddoel. Burgess verwijt evolutionaire biologen dat zij dit soort technische inzichten onvoldoende meenemen. Hij wijst op de tegenstelling tussen technische onderzoekers aan de Bristol University, die eigenschappen van de menselijke wervelkolom gebruiken om bruggen te verbeteren, en anatomiewetenschappers die dezelfde rug als slecht ontworpen beschrijven.
Burgess maakt wel onderscheid tussen micro-evolutie en macro-evolutie. Veranderingen binnen soorten, zoals kleurverschillen bij motten, erkent hij als vaststaand. De ontwikkeling van grote nieuwe levensvormen, zoals walvissen uit landdieren, noemt hij daarentegen speculatief en gebaseerd op te weinig direct bewijs. Volgens hem presenteren biologieboeken voorbeelden van micro-evolutie, zoals Darwinvinken, ten onrechte als bewijs voor het volledige evolutionaire verhaal van eencellige organismen tot de mens. De meeste evolutiebiologen beschouwen macro-evolutie echter wél als wetenschappelijk onderbouwd; de opvattingen van Burgess vormen een kritiek vanuit het intelligent-designperspectief en zijn geen weergave van de dominante biologische consensus.
Hij stelt dat het woord ‘evolutie’ volgens hem vaak als een algemene verklaring wordt gebruikt zonder de onderliggende mechanismen voldoende te verklaren. De opkomst van de biomimetica ziet hij als extra aanwijzing voor de verfijning van biologische structuren: ingenieurs bestuderen en kopiëren de natuur om technologie te verbeteren. Burgess concludeert daaruit dat achter biologische systemen een sturende, intelligente ontwerper kan zitten, terwijl de gangbare wetenschap zulke eigenschappen verklaart vanuit evolutie en natuurlijke processen.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel staat stil bij afscheid Arno Vermeulen bij NOS: ‘Ga hem niet missen’