Westerveld bant lelieteelt bij woonwijken, discussie landelijk beleid laait op
In dit artikel:
De gemeente Westerveld heeft besloten de lelieteelt sterk te beperken: de gemeenteraad stemde dinsdagavond voor een verbod op lelieteelt binnen een straal van 50 meter van woonwijken, scholen en zorginstellingen. Met ongeveer 400 hectare aan lelievelden behoort Westerveld tot de gemeentes met de grootste concentratie teelt in Nederland; het besluit komt nadat lokale zorgen over gezondheidseffecten jaren opliepen en landelijke regels uitbleven.
De maatregel sluit aan bij eerdere signalen van de Raad van State: al in 2014 adviseerde die een spuitvrije zone van 50 meter, en in april werd beslist dat telers een vergunning nodig hebben voor gebruik van bestrijdingsmiddelen vanwege onduidelijkheid over schadelijke effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Lelieteelt vereist naar schatting vier keer zoveel bestrijdingsmiddelen als gewassen als aardappelen of tulpen; sommige middelen worden in verband gebracht met aandoeningen als Parkinson, alzheimer en ALS, al is er geen sluitend wetenschappelijk bewijs voor causaliteit.
Bewoners klagen al langer over geuroverlast en mogelijke gezondheidsklachten; buurtbewoner Siemen Dijkstra zegt dat chemicaliƫn soms direct op je systeem werken en dat de geur weken kan blijven hangen. Andere gemeenten reageren verschillend: Hof van Twente legde recent een tijdelijk moratorium van anderhalf jaar op voor nieuwe lelievelden om later een definitief beleid te bepalen.
Tegelijkertijd leidt de wisselende lokale regelgeving tot veel onzekerheid onder telers. Zij wijzen erop dat zij middelen gebruiken die zijn goedgekeurd door het Ctgb. Branchevereniging KAVB waarschuwt dat lokale beperkingen hard aankomen en belemmert investeringen; de vereniging prefereert overleg en convenanten met telers boven harde verboden, hoewel zij begrip heeft voor gemeenten die tijdelijk willen ingrijpen.
Kort samengevat: Westerveld neemt een strikte lokale maatregel uit voorzorg vanwege gezondheidszorgen en het ontbreken van landelijke richtlijnen, terwijl het debat tussen omwonenden, gemeenten en de sector over gezondheid, schadelijkheid en economische gevolgen doorgaat.