Werner Herzog zoekt naar spookolifanten - en naar iets wat hij de extatische waarheid noemt
In dit artikel:
Werner Herzog volgt de Zuid-Afrikaanse ontdekkingsreiziger en ornitholoog Steve Boyes in een filmische zoektocht naar de mythische “spookolifanten” op het Angolese Bié Plateau (Lisima Lya Mwono), ooit aangeduid als de Bron van het Leven. Het artikel, gepubliceerd op 8 april 2026, schildert hoe Herzog zijn kenmerkende fascinatie voor het sublieme — de beangstigende, overweldigende schoonheid van de natuur — inzet om een verhaal te vertellen over oorsprong, verlies en menselijke nietigheid.
Centraal staat Boyes: kalm en bedachtzaam, maar bij confrontaties met olifanten vervult iets in hem een bijna obsessieve drift. Hij gelooft dat deze dieren afstammen van “Henry”, de ooit grootste bekende olifant (ongeveer vier meter hoog, elf ton), die in 1955 door jager Josef J. Fénykövi werd gedood; Henrys karkas staat tegenwoordig in het Museum of Natural History in Washington. Herzog gebruikt die connectie als emotionele en narratieve spil.
De expeditie leidt naar de San, de oudste bewoners van de Kalahari. Drie meesterspoorsnyers — Xui, Kobus en Xui Dawid — worden voorgesteld als de enigen die de spookolifanten mogelijk kunnen opsporen. De tocht is moeilijk: Landrovers worden achtergelaten, motoren en off-road bikes getild over rivieren, en de groep trotseert gevaren als giftige pijlen en roofdieren. In een zenuwslopend moment ontmoeten zoekers en natuur elkaar; de film laat open of de olifanten werkelijk worden gevonden, en mediteert vooral op de kwetsbaarheid van de mens ten opzichte van een natuur die zonder ons voortbestaat.
Herzog plaatst hiermee een klassiek thema van zijn werk: de extatische waarheid die ontstaat wanneer menselijke ambitie en het ongeremde landschap elkaar raken.