Werknemers in de zorg zijn het meest trouw aan hun eigen sector
In dit artikel:
Een analyse van De Nederlandsche Bank (DNB), gebaseerd op CBS-cijfers over 2011–2025, laat zien dat zorgmedewerkers relatief vaak binnen hun eigen sector blijven werken. Als zij van baan wisselen, gebeurt dat in slechts 28 procent van de gevallen buiten de zorg. Ter vergelijking: werknemers uit de energiesector gaan in circa 80 procent van de gevallen naar een andere bedrijfstak. Ook de afvalbranche en cultuur & recreatie slagen minder goed in het vasthouden van personeel. Sectoren die juist veel interne loyaliteit tonen zijn financiële dienstverlening, overheid en bouw.
DNB verklaart dit door het belang van sectorspecifieke vaardigheden: kennis en kwalificaties van zorgpersoneel passen vooral bij vergelijkbare werkgevers, waardoor zij makkelijker binnen de sector aan de slag blijven. Uit de gegevens blijkt verder dat jaarlijks gemiddeld bijna 17 procent van de werknemers van werkgever verandert; van die groep kiest ongeveer 57 procent voor een baan in een andere bedrijfstak. Opvallend is ook dat veel verlaten werknemers uit onderwijs en overheid doorstromen naar zorg en welzijn.
De bevindingen voeden het actuele debat over arbeidsmobiliteit en bijscholing: gerichte omscholing en “werk-naar-werk”-trajecten kunnen tekorten in sectoren als zorg, verduurzaming en defensie helpen bestrijden en de inzetbaarheid vergroten. Tegelijk kan te veel mobiliteit verlies van bedrijfsspecifieke kennis veroorzaken en werkgevers ontmoedigen om in personeel te investeren. Eerder onderzoek plaatst de Nederlandse arbeidsmobiliteit rond het OESO-gemiddelde.