Werkgever zegt jaarcontract na ruim twee maanden op wegens functioneren: rechter draait het ontslag terug
In dit artikel:
De kantonrechter heeft de tussentijdse beëindiging van het jaarcontract van een werkneemster bij een bedrijf in Blaricum vernietigd. De vrouw begon op 29 januari 2026 en zou tot 28 januari 2027 werken, maar kreeg op 15 april te horen dat haar contract per 10 mei zou stoppen wegens onvoldoende functioneren. Sindsdien ontving ze geen loon meer.
Omdat de werkgever geen verweer voerde en niet op de zitting verscheen, ging de rechter uit van haar lezing. De werkgever had het tijdelijke contract niet voortijdig mogen opzeggen zonder geldige juridische basis. Hij moet de vrouw opnieuw toelaten tot haar werk en haar €2.300 bruto per maand plus vakantiegeld betalen vanaf 10 mei. Ook geldt een wettelijke verhoging van 50 procent wegens de betalingsachterstand. Over mei tot en met september gaat het al om bijna €12.000 bruto, exclusief die verhoging.
Een tijdelijk contract kan in principe alleen tussentijds worden beëindigd als dat schriftelijk is afgesproken, bijvoorbeeld met een tussentijds opzegbeding. Ook dan is een wettelijke ontslaggrond en meestal toestemming van het UWV of de rechter nodig. Bij onvoldoende functioneren moet de werkgever bovendien tijdig waarschuwen en aantoonbaar gelegenheid bieden om te verbeteren. Een proeftijd bood hier geen uitweg, omdat die bij dit contract uiterlijk na een maand was afgelopen.
Werknemers kunnen bij een ongeldige tussentijdse opzegging kiezen tussen terugkeer en doorbetaling van loon, of een vergoeding voor de resterende contractduur. Een verzoek aan de rechter moet binnen twee maanden na het einde van het contract worden ingediend. Wie een vroegtijdig ontslag krijgt, doet er daarom goed aan het contract te controleren, schriftelijk bezwaar te maken en juridisch advies in te winnen.
Vandaag Inside: Negentigjarige Sjaan grijpt het woord bij Vandaag Inside en is NIET meer te stoppen!