Werkgever weigerde vakantie vanwege drukte, chauffeur ging toch: hof noemt ontslag op staande voet onterecht
In dit artikel:
Het gerechtshof Den Haag oordeelde op 15 september dat een transportbedrijf een chauffeur niet op staande voet had mogen ontslaan nadat hij zonder toestemming op vakantie was gegaan. De man werkte sinds maart 2019 bij het bedrijf en vroeg in januari 2025 drie keer verlof aan voor eind april. Zijn aanvragen werden afgewezen vanwege de seizoensdrukte in april, mei en juni. Ondanks de afwijzingen vertrok hij naar Griekenland. Toen dit op 22 april tijdens een gesprek met zijn werkgever aan het licht kwam, werd hij ontslagen wegens ongeoorloofde afwezigheid en werkweigering.
Volgens het hof was de vakantie echter niet rechtsgeldig geweigerd. De wet bepaalt dat een werkgever verlof moet toestaan volgens de wensen van de werknemer, tenzij sprake is van gewichtige redenen. Alleen algemene drukte en de noodzaak om andere medewerkers in te zetten zijn daarvoor onvoldoende. De werkgever had niet aangetoond dat het bedrijf ernstig in de problemen zou komen. De cao voor het beroepsgoederenvervoer veranderde daar niets aan.
Omdat de afwezigheid daardoor geen plichtsverzuim was, ontbrak een dringende reden voor ontslag op staande voet. De eerdere uitspraak blijft staan: de chauffeur krijgt een transitievergoeding en schadevergoeding. Zijn werkgever moet bovendien 3.120 euro aan proceskosten betalen. De uitspraak betekent niet dat werknemers altijd zonder risico kunnen vertrekken; bij aantoonbare ernstige bedrijfsproblemen kan een ontslag wel standhouden.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'