'Werken voor vrede is echt moeilijk geworden, de maatschappij reageert er harder op'
In dit artikel:
Terwijl internationale conflicten de headlines domineren, richten twee Nederlanders zich op vrede in kleinere, directe contexten: mediator Charlotte Verbraak uit Utrecht (eigenaar van Mayet Mediators) en vredesactivist Frits ter Kuile (63) uit de Amsterdamse Bijlmer, verbonden aan de Catholic Workers en woonachtig in het Noëlhuis.
Verbraak werkt dagelijks aan het oplossen van ruzies tussen buren, ex-partners, families en collega’s. Zij treedt op als neutrale derde partij om gesprekken weer mogelijk te maken en wil vooral de menselijke maat herstellen in tijden waarin geopolitieke spanningen de verhoudingen verharden. In plaats van wegkijken pleit ze ervoor om op je ‘vierkante kilometer’ invloed uit te oefenen: lokale conflicten bieden wél aangrijpingspunten om verandering te realiseren. Haar aanpak richt zich op de ‘onderstroom’ van emoties en onvervulde behoeften, en op het herstellen van verbinding in plaats van louter het formaliseren van afspraken. Praktische tools die ze aanreikt zijn:
- actief luisteren om te begrijpen, niet om meteen te reageren;
- de ‘sinaasappel’-metafoor: vragen wat iemand écht wil (sap of schil) in plaats van vechten om het stuk;
- vooruitkijken met ‘feedforward’: je voorstellen hoe het erna uitziet om te beoordelen of vrede de inzet waard is.
Voor Verbraak betekent vrede niet de afwezigheid van conflict, maar “de manier waarop je ermee omgaat”: het vermogen om samen te blijven spreken en verantwoordelijkheid te nemen voor oplossingen.
Ter Kuile houdt zich op een andere manier bezig met vrede: door gebed, liturgie en directe actie. Hij put troost uit kerkdiensten en religieuze rituelen — “de liturgie is heel goed voor me, dat is balsem voor mijn ziel” — en participeert in geweldloze protesten tegen militaire activiteiten. Hij beschrijft acties zoals contemplatieve blokkades bij vliegbasis Volkel (waar F‑35’s staan) en getuigenissen bij Büchel in Duitsland, waar hij en anderen in stilte in het gras naar de hemel keken en samen het Onzevader baden. Voor zulke daden kreeg hij al een maand gevangenisstraf; hij ziet detentie zelf als een vorm van gebed.
Sinds de Russische inval in Oekraïne ervaart Ter Kuile een verharding van het maatschappelijk debat: meer defensiebudgetten, minder draagvlak voor pacifisme en strengere reacties van militaire autoriteiten tijdens protesten. Dat ontmoedigt, maar doet hem niet stoppen; hij haalt inspiratie uit het voorbeeld van Jezus en van verzetshelden als Sophie Scholl en kiest ervoor het ‘kleine lichtje’ van verzet en gebed te blijven ontsteken.
Samen vormen Verbraak en Ter Kuile twee gezichten van vredeswerk: de ene zoekt praktische, relationele herstelwerkers op buurt- en familieschaal; de ander volhardt in spirituele en burgerlijke ongehorsamheid tegen oorlogswijzen. Beiden willen laten zien dat vrede niet alleen een geopolitiek vraagstuk is, maar iets wat in dagelijkse relaties en bewuste daden vorm krijgt.