Werken loont niet meer: PvdA deelt gratis kinderopvang uit aan werklozen van óns belastinggeld

zaterdag, 14 maart 2026 (17:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

In Groningen loopt een proefproject genaamd "Algemeen toegankelijke kinderopvang" waarbij de gemeente gratis kinderopvang aanbiedt aan ouders zonder werk. De regeling, die jaarlijks ongeveer een half miljoen euro kost en plaats biedt aan circa 130 kinderen, heeft als doel werkloze ouders volgens de initiatiefnemers "rust en tijd" te geven en kinderen een betere start te bieden. Een deelnemende moeder, Samantha, zegt dat zij haar dochter zonder dit experiment niet naar de opvang had kunnen sturen en dat het haar ook gelegenheid gaf aan zichzelf te werken. Pedagogisch medewerker Zilla Bunk meldt dat veel alleenstaande moeders en ouders met een niet-westerse achtergrond meedoen en dat sommige ouders tijdens het traject werk vinden of stappen zetten zoals het halen van een rijbewijs of het verbeteren van taalvaardigheid.

PvdA-wethouder Carine Bloemhoff pleit ervoor het experiment op te schalen en hoopt op landelijke invoering, met het argument dat alle kinderen zo gelijke kansen krijgen bij de start van de basisschool. Op nationaal niveau is het kabinet voornemens om per 2029 gratis kinderopvang in te voeren, maar alleen voor ouders die werken; dat plan is nog niet gerealiseerd. Sommige academici, zoals Gijs Diercks (Erasmus Universiteit), vinden dat gratis opvang voor werkenden een gemiste kans is en pleiten voor universele toegankelijkheid. Hij erkent dat dat veel kost, maar waarschuwt dat uitsluiting op termijn ook maatschappelijke en financiële consequenties heeft.

De proef in Groningen en de politieke discussie illustreren een groter beleids- en ideologisch conflict: voorstanders zien vroegtijdige opvang als investering in ontwikkeling en participatie, tegenstanders wijzen op de directe kosten en vinden het oneerlijk dat werkende belastingbetalers diensten zouden financieren voor mensen zonder baan. De discussie draait dus enerzijds om korte-termijnkosten en begrotingsprioriteiten en anderzijds om langetermijneffecten op gelijke kansen en arbeidsmarktdeelname.