'Wereldwonder' Afsluitdijk dreigt slachtoffer te worden van bezuinigingen. 'Straks staan ze hier voor dichte deur'
In dit artikel:
Twee weken na het korte koninklijke onthaal voor de Indiase premier Narendra Modi, toen hij samen met de Nederlandse leiding (onder wie Jetten) een rondleiding kreeg over de Afsluitdijk, staat het iconische bouwwerk opnieuw in de schijnwerpers — maar niet alleen vanwege het bezoek. De dijk, bijna een eeuw oud en door velen gekoesterd als hoogtepunt van Nederlandse waterbouw, ondergaat sinds 2018 een ingrijpende renovatie en versterking die aanvankelijk krap één miljard moest kosten en inmiddels meer dan 2 miljard opslokt. Werkzaamheden, vertragingen en stijgende kosten wekken bij betrokkenen de vrees dat niet álle onderdelen afkomen zoals gepland.
Kees Terwisscha van Scheltinga, voorzitter van het Kazemattenmuseum bij Kornwerderzand, waarschuwt dat de publieke verblijfsfunctie van de dijk te weinig aandacht krijgt. “Het is nu of nooit”, zei hij, en hij wijst op de praktische tekorten: verouderde, slecht geïsoleerde bezoekersvoorzieningen, ontbrekende horeca- en sanitaire faciliteiten en een openbare ruimte die meer onderhoud vereist om stapeling van bezoekers te kunnen dragen. Het museum en zijn bijna honderd vrijwilligers verwachten meer bezoekers — mogelijk tienduizenden per jaar — maar hebben niet de infrastructuur om die toename op te vangen.
In overleggen tussen ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, lokale overheden en erfgoedinstanties domineerden onderwerpen als klimaatadaptatie, waterveiligheid, verzilting en het regelen van auto- en scheepvaartverkeer. Dat heeft geleid tot keuzes in de begroting; de publieke en toeristische kanten van de dijk dreigen daardoor naar de achtergrond te verdwijnen. Een concreet voorbeeld is het onderhoud van de kazematten: betonrot werd al in 2021 vastgesteld, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed benadrukte de veiligheids- en behoudsnoodzaak, maar een eerdere toezegging van 25.000 euro ging in maart weer uit de boeken toen Kamerleden Rijkswaterstaat-financiën scherp bekeken. Een tussenkomst van BBB leidde later tot nieuw geld, maar dat dekt volgens Terwisscha niet wat nodig is — mogelijk is ongeveer een miljoen euro nodig om al het betonrot adequaat aan te pakken.
De zorgen krijgen extra gewicht tegen de nationale financiële context: de Afsluitdijkclaim van ruim 2 miljard staat naast een landelijk tekort dat in de schattingen van betrokkenen tientallen miljarden bedraagt. Daardoor bestaat het risico dat middelen worden doorgeschoven naar andere grote infrastructuurprojecten (zoals de ooit gereserveerde gelden voor de Lelylijn richting Randstad/Brabant) of dat men kiest voor tijdelijke herstelwerkzaamheden in plaats van duurzame vervangingen. Dat laatste kan leiden tot nieuwe vertragingen en hogere kosten, en zou ook de leefomstandigheden van omwonenden verlengen.
Tegelijk is er een kans: bij Kornwerderzand staat vervanging van oude draaibruggen door vier nieuwe basculebruggen gepland. Voor het museum zou dat een unieke gelegenheid kunnen zijn om, gekoppeld aan die grootschalige werken, een nieuw bezoekerscentrum en betere publieksvoorzieningen te realiseren — als de politiek de publieksfunctie serieus neemt en geld daarvoor vrijmaakt. Blijft de besluitvorming uit, dan dreigen oplopende bouwkosten, doorschuivende financiering en een jarenlang slepend herstelprogramma dat de bezoekerservaring, de lokale gemeenschap en het cultureel erfgoed schaadt.
Terwisscha en andere betrokkenen zien de dijk niet alleen als technisch kunstwerk maar ook als publieke bestemming: vrijwilligers die het erfgoed bewaken, bewoners die hun leven aan de dijk verbinden en de honderden duizenden toeristen die verwacht worden. Het beeld van de dag eindigt symbolisch: de rode lampen boven de gemalen gaan aan — een signaal dat de werkzaamheden en het dagelijkse leven op de dijk doorgaan, terwijl de discussie over prioriteiten en geld onverminderd voortwoekert.