Wereldwijde gasnood dreigt door misrekening van Israël
In dit artikel:
Een Israëlische aanval op het Iraanse gasveld South Pars —naar verluidt in overleg met Washington— zou bedoeld zijn om de financiële slagkracht van de Iraanse Revolutionaire Garde te ondermijnen. In plaats daarvan leidde de actie recent tot een felle tegenreactie van Iran: raketaanvallen troffen energiesites door de hele Golfregio en richtten zware schade aan bij de grote Qatarese LNG‑installaties in Ras Laffan, normaal goed voor ongeveer een vijfde van de wereldwijde gasleveringen. Qatar heeft de productie stilgelegd en beroept zich op overmacht.
De escalatie heeft ook het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz verder teruggedrongen; Iran kondigde zelfs aan tol te willen heffen voor doorvaart. Regio‑landen reageerden verontrust: Qatar noemde de Israëlische actie onverantwoord, de VAE waarschuwden voor een gevaarlijke escalatie, en de Iraanse militaire leiding waarschuwde dat verdere aanvallen tot vernietiging van vijandige energie‑infrastructuur kunnen leiden.
Uit Washington kwamen tegenstrijdige signalen: Amerikaanse media melden dat president Trump vooraf op de hoogte was en coördineerde, terwijl hij tegelijk dreigde met zware tegenmaatregelen als Iran zou doorgaan. Frankrijk riep op tot een onmiddellijk moratorium op aanvallen op civiele en energievoorzieningen.
De materiële schade aan Ras Laffan kan de wereldwijde gasvoorziening maanden tot jaren blijven hinderen; een vernietiging van South Pars of grootschalige schade aan Arabische energiecentra zou een ongekende energiecrisis ontketenen. Europa —met name landen die na Nord Stream sterk van LNG afhankelijk zijn— en kwetsbare economieën in het mondiale zuiden lopen het grootste risico door stijgende prijzen en leveringsonzekerheid.