Werden de Bondi Beach-terroristen op de Filipijnen getraind? 'Genoeg geïsoleerde plekken waar helemaal geen politie of leger is'
In dit artikel:
Naveed Akram en zijn vader Sajid, de twee daders van de bloedige aanslag op Bondi Beach, verbleven volgens het Filipijnse Immigratiebureau van 1 november ongeveer vier weken in de stad Davao op het eiland Mindanao. Dat deel van het zuiden van de Filipijnen staat al jaren bekend als broedplaats voor jihadistische trainingskampen en herbergde groeperingen als Jemaah Islamiah, Abu Sayyaf en takken van Islamitische Staat.
Mindanao huisvest de Oost-Aziatische tak van IS (ISEA), waar onder meer de Dawlah Islamiya–Maute-groep deel van uitmaakt; deze organisatie hield in 2017 de stad Marawi vijf maanden bezet en was recent nog betrokken bij zware schermutselingen rond Marawi. Australische inlichtingendiensten en lokale waarnemers noemen ISEA een ernstige en aanlokke lijke bestemming voor buitenlandse extremisten. Lokale activisten stellen dat een netwerk van religieuze leiders, corrupte politici en drugssmokkelaars terreurgroepen in leven houdt, waardoor militairoefening gemakkelijk te regelen zou zijn zodra geld beschikbaar is.
Tegelijkertijd waarschuwen deskundigen voor voorzichtigheid bij conclusies: criminoloog Clarke Jones merkt op dat de Akramen mogelijk alleen legale militairetraining hebben gevolgd, terwijl terrorismeexpert Levi West suggereert dat hun verblijf ook een laatste persoonlijke trip kan zijn geweest vóór de aanval. Concrete bewijzen voor directe terreurtraining tijdens hun bezoek zijn nog niet onomstotelijk vastgesteld.