Welkom in 1984: Terwijl echte criminelen vrij rondlopen, jaagt de 'discriminatie rechercheur' op uw mening
In dit artikel:
De Nationale Politie heeft recent een wervingsposter voor een nieuwe functie, de zogenaamde "discriminatie rechercheur", gepromoot. In een fel-kritische opiniestuk wordt die stap geframed als een gevaarlijke verschuiving van politietaken: naar verluidt zouden schaarse politiecapaciteiten — terwijl asielzoekerscentra vol zijn en straatcriminaliteit volgens de auteur toeneemt — nu ingezet worden om op online meningen en publieke uitlatingen te surveilleren. De schrijver bestempelt dit als de institutionalisering van een "thought police" en verwijt bestuurlijke invloed (onder meer D66) en volgzame media het belijden van een links narratief.
Emeritus hoogleraar rechtsgeleerdheid Paul Cliteur voert de kritiek aan op juridische gronden. Hij legt uit dat vrijheid van gedachte (art. 9 EVRM) en vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) fundamentele rechten zijn, terwijl het non-discriminatiebeginsel (art. 1 Gw) volgens hem niet zonder meer op denken en spreken toegepast mag worden. Cliteur waarschuwt dat een ondoordachte toepassing van het non-discriminatiebeginsel die vrijheden kan ondermijnen en concludeert: "Men moet het non-discriminatiebeginsel alleen toepassen op handelen."
Het artikel presenteert de komst van de discriminatierechercheur als een grensoverschrijdende maatregel die de staat meer macht geeft over wat burgers denken en zeggen, en vergelijkt het met cancelcultuur en een controlestaat. Daarnaast bevat het oproepen tot verzet en promotie van de eigen nieuwsbronnen.
Kort samengevat: de politie introduceert een functie tegen discriminatie; critici zoals Cliteur zien daarin een juridische en democratische botsing tussen antidiscriminatiestrijd en vrijheid van gedachte/meningsuiting. Het debat draait om de vraag of en hoe non-discriminatieregels moeten worden toegepast op handelen versus denken en spreken, en om de prioritering van politietaken in tijden van beperkte capaciteit.