Welke plannen hebben de politieke partijen met onderwijs? Bonus- en minpunten

dinsdag, 9 september 2025 (10:44) - De Volkskrant

In dit artikel:

Voor wie in dit gedachte-experiment op 29 oktober alleen op basis van onderwijsplannen zou stemmen: de schrijver las alle verkiezingsprogramma’s en haalt de opvallendste punten uit de drie grootste partijen naar voren — PVV, GroenLinks-PvdA en CDA — met een oordeel over wat realistisch en effectief lijkt om de onderwijscrisis aan te pakken.

PVV zet in op een terugkeer naar basisvaardigheden (rekenen, taal, geschiedenis) en wil wat zij zien als ideologische invloeden uit het curriculum verwijderen; voorlichtingsprojecten zoals de Week van de Lentekriebels moeten verdwijnen. Verder pleit de partij voor politieke neutraliteit van docenten, een verbod op islamitisch onderwijs en strengere aanpak van pesten. Praktische maatregelen die scoren: herinvoering van schoolzwemmen en een streefdoel om maximaal 20% van de onderwijsbegroting aan overhead te laten gaan, zodat meer geld naar klas en leraar vloeit. Kritische kanttekening: de PVV geeft weinig concrete uitleg over hoe zulke financiële standaarden afgedwongen zouden worden binnen het systeem van autonome schoolbesturen.

Het gezamenlijke programma van GroenLinks en PvdA is breed en ambitieus: gelijke kansen, stevige leeropbrengsten, eerlijkere selectie en meer samenwerking tussen scholen. De partij wil onder meer af van wegwerpschoolboeken, beperkingen op weekendonderwijs dat indruist tegen Nederlandse normen, en toezicht op stagebedrijven die discrimineren. Ook worden regels voorgesteld rond schoolbeheer van devices, en expliciete bescherming van academische vrijheid. Marjolein Moorman komt naar voren als een mogelijke sterke onderwijsminister vanuit deze partij. Tegelijkertijd blijft de coalitie voorzichtig waar het gaat om het herwinnen van overheidsmacht over schoolbesturen en het afschaffen van de lumpsumbekostiging; hun taal over ‘kritisch kijken’ en ‘stevig aanspreken’ wordt gezien als insufficiënt om diepgewortelde bestuursproblemen op te lossen.

Het CDA van Henri Bontenbal levert een vrij behoudend en weinig vernieuwend hoofdstuk over onderwijs: nadruk op vrijheid van onderwijs, burgerschap en praktische inzet van mbo’ers voor Defensie, plus aandacht voor passende studentenhuisvesting. Een opmerkelijk voorstel is verplichte introductie van weerbaarheid en zelfredzaamheid gericht op oorlogssituaties voor jongeren. Tegelijkertijd spreekt het CDA terughoudendheid uit tegen het opleggen van nieuwe taken en leerdoelen, wat de indruk wekt dat belangrijke hervormingen niet met ambitie worden nagestreefd.

Algemene noot: veel partijen benoemen dezelfde pijnpunten — lerarentekort, werkdruk en waardering voor vakmensen — maar verschillen sterk in ambitie en in de bereidheid om bevoegdheden en financieringsstructuren aan te pakken. De auteur belooft later een blik op de programma’s van kleinere partijen.