Welke factoren sturen achteruitgang bestuivers in stedelijke landschappen?
In dit artikel:
In februari 2026 publiceerde een Engels onderzoek waarin in volkstuincomplexen in Leeds, Sheffield en Leicester bijen, zweefvliegen en nachtvlinders zijn geteld en de directe omgeving is geïnventariseerd. Uit ruim 10.000 gevangen insecten bleek dat 302 soorten aanwezig waren: zweefvliegen waren het talrijkst, nachtvlinders het meest soortenrijk, en bijen bestonden vooral uit honingbijen en hommels. Voor elke 10 procent extra verhard oppervlak daalde de soortenrijkdom van deze bestuivers met gemiddeld 7,5 procent. Nachtvlinders en zweefvliegen reageerden sterker op verstedelijking dan bijen — deels door specifieke larvale en volwassen voedsel- en habitatbehoeften en, bij nachtvlinders, gevoeligheid voor lichtvervuiling. Boomrijke en seminatuurlijke groenzones versterkten populaties; particuliere tuinen hadden weinig effect. Conclusie: stedelijke planning die bomen, natuurlijke groenzones en minder verharding en lichtvervuiling stimuleert, is cruciaal om bestuivers in de stad te behouden.