Welke boeken lazen we toen we er misschien nog te jong voor waren?

woensdag, 8 juli 2026 (14:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In deze bundel persoonlijke essays blikken verschillende schrijvers terug op boeken die zij als kind of tiener lazen en die hun blik op literatuur blijvend hebben gevormd. De teksten, verschenen in De Groene Amsterdammer op 8 juli 2026, laten zien hoe vroeg gelezen romans en gedichten niet alleen indruk maken, maar ook verlangen, verwarring, rebellie en intellectuele honger kunnen aanwakkeren.

Christiaan Weijts vertelt hoe Donna Tartts *The Secret History* hem als scholier aantrok door de geheimzinnige elitaire sfeer: een kleine kring studenten, klassieke talen, winterse gesprekken en de belofte dat boeken ertoe deden. Bij herlezing ziet hij scherper dat de roman juist gaat over pose, zelfmythologisering en de gevaren van een verheven levensstijl.

Charlotte Remarque beschrijft hoe Christiane F.’s *Verslag van een junkie* haar als jonge, nerveuze lezeres fascineerde. Het boek over Berlijnse drugsverslaving en uitzichtloosheid leek bijna een vreemde uitweg uit haar eigen beheersde bestaan, al leest ze het nu ook als een zwart gat dat ze toen niet kon doorgronden.

Andere bijdragen gaan over Mishima, Bataille, Bordewijk, Kafka, Tonke Dragt, Anaïs Nin en meer. Steeds keren dezelfde thema’s terug: boeken die te moeilijk waren maar juist daardoor bleven hangen, verhalen die een geheime wereld openden, en lectuur die later pas echt betekenis kreeg. De essays tonen vooral hoe lezen in de jeugd vaak minder draait om begrip dan om intensiteit, herkenning en het gevoel dat literatuur een andere, grotere werkelijkheid kan openen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside Oranje: Bas Nijhuis over volledig vuurwerkverbod: 'Gaan mensen zich echt niet aan houden'