Wekelijkse meditatie: Goedheid
In dit artikel:
De overdenking bij Psalm 145 staat stil bij de belijdenis: „De Heere is aan allen goed.” Die uitspraak lijkt moeilijk te verenigen met ziekte, zorg, rouw, oorlog, hongersnood en andere gevolgen van de zonde. Toch doet David niets af aan het lijden. Volgens de schrijver laat juist het geloof zien dat mensen, ondanks hun zonde en schuld, geen aanspraak kunnen maken op Gods goedheid, maar dagelijks afhankelijk zijn van Zijn barmhartigheid.
Die goedheid blijkt onder meer uit het feit dat God mensen nog genadetijd geeft, hun eten en drinken schenkt, hen laat wonen in vrede en zon en regen geeft voor de groei van gewassen. Ook de verkondiging van het Evangelie is een blijk van Zijn goedheid. Dat zulke gaven vaak vanzelfsprekend lijken, mag niet verhullen dat mensen eerder Gods oordeel hebben verdiend.
De tekst maakt onderscheid tussen Gods algemene barmhartigheid, waarmee Hij de wereld ondanks de zonde onderhoudt, en Zijn bijzondere genade. Die komt openbaar wanneer God een zondaar door Woord en Geest zijn geestelijke nood leert kennen en wijst op Jezus Christus als de enige Zaligmaker. In Hem zijn wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en volledige verlossing te vinden.
Wie door genade en geloof Christus leert volgen, krijgt volgens de overdenking oog voor Gods wijsheid, macht, liefde en goedheid in al Zijn werken. Gods kinderen zullen Hem daarom loven en aanbidden om Zijn genade, lankmoedigheid en barmhartigheid. De lezer wordt aangespoord zich af te vragen of hij Gods goedheid en reddende genade al persoonlijk kent.
Vandaag Inside: Xavi Hernández blikt terug op clash Valentijn Driessen en Virgil van Dijk