Weinig dak, weinig zon, veel hoogbouw: waarom Amsterdam de slechtste plek is voor een thuisbatterij
In dit artikel:
De verkoop van thuisbatterijen is in Nederland in korte tijd sterk toegenomen: in het eerste kwartaal van dit jaar was die volgens marktonderzoeker Rolf Heynen drie keer zo hoog als begin 2025. Ook de goedkopere stekkerbatterij wint snel terrein. De groei hangt samen met het naderende einde van de salderingsregeling en met de hoop om meer eigen zonnestroom te gebruiken.
Volgens Heynen kunnen huishoudens met een batterij hun eigenverbruik verhogen van ongeveer 30 procent naar ruim de helft. Daarmee kan de batterij op sommige momenten ook helpen om het stroomnet te ontlasten, vooral als ze wordt opgeladen wanneer de stroomprijs laag is. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat verkopers vaak te optimistische terugverdientijden schetsen en dat handel via de onbalansmarkt steeds minder oplevert.
De meningen over de financiële waarde lopen sterk uiteen. Milieu Centraal stelt dat de meeste huishoudens hun investering niet terugverdienen en beter kunnen kiezen voor isolatie, zonwering of een warmtepomp. Ook CE Delft kwam in een proef voor Vereniging Eigen Huis uit op terugverdientijden van 10 tot 22 jaar. In Amsterdam noemt energiedeskundige Jeroen Bakker de thuisbatterij voor veel bewoners zelfs weinig zinvol, vanwege het beperkte dakoppervlak en de geringe opwek.
Amsterdam liet eerder onderzoeken of thuisbatterijen het net kunnen helpen, maar kreeg juist de waarschuwing dat ze op drukke momenten de belasting kunnen vergroten. De gemeente wil ze daarom waar mogelijk ontmoedigen, al zijn er nog geen concrete maatregelen genomen.
De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop