Weet je wat pas slecht is voor het klimaat? Dat het debat over klimaatbeleid al decennialang op dezelfde manier gevoerd wordt
In dit artikel:
Het huidige klimaatdebat speelt volgens Maarten Hajer en Jeroen Oomen als een vast toneelstuk: wetenschappers voorspellen nood, politici voeren maatregelen met tegenzin uit, activisten klagen, multinationals bewaken hun concurrentiepositie en burgers vrezen verlies van comfort en inkomen. Die voorstelling herhaalt zich al zo’n dertig jaar en heeft volgens hen te weinig opgeleverd, terwijl bij veel mensen de angst groeit dat milieubeleid hen sociaaleconomisch benadeelt.
Hajer (Urban Futures Studio, Universiteit Utrecht, oud-directeur PBL) en Oomen (universitair docent) analyseren dit in hun recent verschenen boek Captured Futures (Oxford University Press). Hun kernclaim is dat de toekomst gevangen zit in dominante economische, technologische en bestuurlijke denkpatronen. Die heersende aannames — vaak gevoed door gevestigde organisaties, bedrijven en politieke routines — beperken wat we überhaupt als wenselijk en haalbaar durven voorstellen. Wetenschappelijke instituties zoals het IPCC leveren ‘beleidsrelevante’ feiten die zich lenen voor gestandaardiseerde modellen; die modellen bevestigen weer de bestaande beleidslogica. Resultaat: klimaat- en milieuproblemen worden gepresenteerd alsof ze apolitiek zijn, terwijl de keuzes eromheen juist sterke politieke en verdelingsimplicaties hebben.
Hajer en Oomen hekelen dat het debat is gereduceerd tot een “tonnenjacht” — het tellen van gereduceerde CO2-tonnen — en dat de oorspronkelijke bredere discussie over wat voor maatschappij we willen is verdwenen. Ook milieuactivisten droegen bij aan de verschuiving door hun legitimiteit te ontlenen aan de wetenschappelijke waarheid (bijvoorbeeld slogans als ‘Listen to the science’), waardoor andere toekomstbeelden buiten beeld raakten. Tegelijk hebben tegenstanders van klimaatbeleid de wetenschap gepolitiseerd door twijfel te zaaien over de feiten.
Als tegenreactie pleiten de auteurs voor het openbreken van die ingesloten toekomstbeelden. Ze willen alternatieve toekomsten voorstelbaar maken door burgers intensiever en creatiever te betrekken — verdergaand dan klassieke burgerberaden — en door expliciet de impliciete aannames over groene groei en techno-optimisme te ontleden. Praktische ingangspunten zijn tentoonstellingen, ‘living labs’ en experimentele leefgemeenschappen die andere levensstijlen en verdelingsarrangementen uitproberen. Oomen ziet klimaattransitie eveneens als een cultureel project voor de komende dertig jaar; Hajer benadrukt dat er nog veel te winnen valt als we beter kunnen dromen én eerlijker verdelen.
Kortom: volgens Hajer en Oomen faalt huidige milieupolitiek doordat ze te smal, technocratisch en onzichtbaar politiek is; de oplossing ligt in meer verbeeldingskracht, democratische verkenning van alternatieven en aandacht voor sociale rechtvaardigheid in de transitie.