Week van topoverleg in Antwerpen en Limburg: kunnen 2 Italianen de Europese economie redden?

dinsdag, 10 februari 2026 (06:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Deze week staat in het teken van een Europese wake‑upcall: morgen vergadert de Europese industrievoet in Antwerpen, en overmorgen komt een informele regeringstop samen in Alden Biesen. Aanleiding is de groeiende bezorgdheid dat Europa economisch terrein verliest aan China en de Verenigde Staten, ondanks de omvang van zijn interne markt (ongeveer 18.000 miljard euro per jaar, goed voor 16% van het wereld‑bbp, met 450 miljoen inwoners).

De analyse is niet nieuw: Europa is nog altijd een economische reus maar groeit trager dan rivalen. Dat roept herinneringen op aan de jaren 80, toen onder het label 'Eurosclerose' werd vastgesteld dat beschermende nationale regels de interne markt verhinderden. Het Delors/Cockfield‑plan leidde tot 'Europa 1992' en een echte doorbraak: grenscontroles verdwenen, member states accepteerden elkaars regels meer en belangrijke besluiten konden voortaan met meerderheidsstemmen genomen worden. Die ingrepen leverden volgens studies een structurele bbp‑winst van ongeveer 9% op.

Toch is de klus niet af. Interne belemmeringen blijven bestaan: landen 'goldplaten' EU‑richtlijnen door strengere nationale regels in te voeren, nationale ecolabels en complexe afval‑ en vergunningstrajecten remmen handel en investeringen. Het IMF schat dat die barrières handelskosten in de EU met zo'n 44% opvoeren. Kapitaalverkeer is fragmentair: Europese start‑ups migreren naar de VS waar financiering makkelijker is, en Europese pensioenfondsen investeren jaarlijks zo'n 300 miljard euro in Amerikaanse bedrijven, die zo uitgroeien tot wereldspelers die Europese concurrenten voorbijstreven.

Bedrijven klagen over hoge energiekosten, trage vergunningen en subsidies elders (niet zelden in China). Amerikaanse importtarieven onder Trump maakten het er niet beter op. Tegelijk liggen er al uitvoerbare plannen: ex‑premiers Enrico Letta en Mario Draghi stelden in 2024 afzonderlijke rapporten voor met concrete aanbevelingen om de EU concurrerender te maken. De klacht van industrie‑ceo’s is dat analyses er genoeg zijn, maar uitvoering ontbreekt.

Een aantal voorstellen is al in beweging: de Europese Commissie knipt in regels en verplichtingen, en politici als de Belgische premier De Wever pleiten voor verdere deregulering. Belangrijke pijnpunten blijven echter politieke: zijn lidstaten bereid soevereiniteit prijs te geven voor een echte Europese kapitaalmarkt, te stoppen met goldplating en een gemeenschappelijke vennootschapsvorm (EU INC) te omarmen? Zulke stappen zouden kleine nationale belangen onder druk zetten.

Concrete beleidsideeën die de ronde doen: de EU zou geld kunnen lenen om infrastructuur en het elektriciteitsnet beter te koppelen — IMF‑topvrouw Kristalina Georgieva en president Macron steunen deze invalshoek, verwijzend naar eerdere gezamenlijke leningen (bijv. 90 miljard voor Oekraïne). Eurocommissaris Séjourné promoot het 'Made in Europe'‑principe: Europese publieke middelen alleen besteden aan Europese producten; dat voorstel heeft brede bedrijfssteun maar wordt door critici als protectionistisch bestempeld.

Politieke strategieën lopen uiteen: De Wever wil een Benelux‑voorhoede die sneller integreert, terwijl Draghi verder gaat en pleit voor een echte Europese federatie — waarbij lidstaten hun vetorechten in buitenlands beleid, energie en defensie inruilen voor gezamenlijke macht. Of Alden Biesen deze week die politieke wil oplevert — en of lidstaten bereid zijn hardere offers te brengen — blijft de grote vraag.