We zien de religieuze schoonheid van een heiïg landschap. Heeft kunst per definitie een gelovige oorsprong? | Kunst kijken met Eric Bos
In dit artikel:
In het nieuwe nummer van Kunstschrift (nr. 1, jaargang 2026) staat het thema ‘Geloof en Schoonheid’ centraal: een rijk geïllustreerd nummer dat laat zien hoe religieuze beleving en beeldende kunst elkaar eeuwenlang versterken. Het blad toont full-colour werken variërend van intieme portretten tot monumentale altartafels, en onderzoekt waarom zulke beelden ons emotioneel raken — ook wanneer we niet religieus zijn.
Voorbeelden uit het nummer illustreren die wisselwerking: een schilderij van Nicolaas van der Waay toont rond 1900 een weesmeisje verdiept in een gebedenboek, waarbij het licht op het papier haar gezicht en het geloofsritueel sterk benadrukt. Een landschap van Herman van Swaneveld (circa 1638) verbindt wilde natuur met een doopscène waarin de heilige Philippus een Ethiopiër doopt; de plek zelf lijkt bijna sacrale aanwezigheid uit te stralen. Ook komen werken voorbij van John Singer Sargent (De rook van ambergris, 1880), Marius Bauer (Taj Mahal in maanlicht), Hugo van der Goes (rechterluik van de Portinari-triptiek, vóór 1482) en Orazio Gentileschi (Annunciatie, 1623).
Het artikel beschrijft de recente gedachte dat ervaring van schoonheid en religieuze extase in vergelijkbare hersengebieden plaatsvinden, wat verklaart waarom klassiek getalenteerde religieuze schilderkunst vaak diep ontroert, terwijl conceptuele werken minder emotie losmaken. Kunstschrift verbindt zo kunsthistorische voorbeelden met een psychologische verklaring voor onze blijvende fascinatie voor geloofsbeelden. Het tijdschrift is verkrijgbaar in boekhandels en museumshops, prijs €12,75.