We kunnen ons geen 'intellectuele luiheid' van Wopke Hoekstra permitteren
In dit artikel:
Klimaatbeleid lijkt te verslappen terwijl de wereld nog steeds in een acute klimaatcrisis zit — zichtbaar bij recente branden op de Veluwe en veel ernstiger in het mondiale zuiden. Vier maanden geleden verdedigde Eurocommissaris Wopke Hoekstra het Europese emissiehandelssysteem (ETS nog) nog scherp tegen verzoeken van de zware industrie om versoepeling; inmiddels praat hij zelf over het geven van “ademruimte” aan diezelfde industrie. Die draai valt samen met geopolitieke spanningen en stijgende energieprijzen, die door sommigen worden aangevoerd als reden om het beleid te verzachten.
Het ETS legt een prijs op CO₂-uitstoot van grote vervuilers en wordt nu herzien om aan de EU-doelstelling van 90% minder uitstoot (ten opzichte van 1990) in 2040 te voldoen. Critici waarschuwen dat versoepelingen de effectiviteit en geloofwaardigheid van het systeem ondermijnen: een te lage CO₂-prijs ontmoedigt fundamentele investeringen in verduurzaming. De huidige marktprijs van rond €75 per ton is volgens veel experts onvoldoende; reële effectieve prijzen van €120–€200 per ton zouden innovatie en diepgaande emissiereducties rendabel maken. Langetermijnonderzoek waarschuwt bovendien voor enorme welvaartsverliezen door opwarming — met maatschappelijke kosten van uitstoot die in 2100 ruim boven de huidige ETS-prijs uitkomen.
Een ander groot probleem is dat industriële spelers voor een groot deel gratis rechten krijgen; sectoren als staal, raffinage en chemie kunnen vaak meer dan 90% van hun emissies dekken zonder te betalen. Sommige bedrijven, zoals Tata Steel, ontvangen zelfs meer rechten dan ze gebruiken en kunnen die met winst verkopen. Dat ondermijnt het ‘de vervuiler betaalt’-principe en verlengt de levensduur van fossiele infrastructuur doordat de financiële prikkel voor vervanging of innovatie verdwijnt.
Het ETS wordt vaak gezien als de ruggengraat van Europees klimaatbeleid omdat het voorspelbaarheid biedt voor langetermijninvesteringen. Wie wíl investeren in schone technologieën heeft behoefte aan een stabiel, ambitieus raamwerk, niet aan beleidswijzigingen die meebuigen met elke geopolitieke schok. Zelfs sommige industriële bedrijven hebben daarom juist pleidooien voor een stevig ETS gericht aan Hoekstra gestuurd.
De omslag van Hoekstra is volgens de auteur meer dan nuance: het is een signaal dat politieke druk kan leiden tot toegevingen aan industriebelangen. Dat risico moet worden vermeden: verzwakking van het ETS schuift kosten naar later, ondermijnt innovatie en zet de geloofwaardigheid van de EU-climateambities op het spel. In plaats daarvan pleit het artikel voor vasthoudendheid en aanscherping van het systeem om de noodzakelijke transitie te waarborgen.
De Oranjezomer: Pieter Cobelens kan zich vinden in kritiek op comeback Thijs Römer: 'Slaat helemaal nergens op'