We huilen met de keizer mee, ook over Iran

zaterdag, 17 januari 2026 (11:54) - Joop

In dit artikel:

De auteur betoogt dat de onrust in Iran niet vanzelf leidt tot vrijheid, maar juist wordt aangewakkerd door buitenlandse interventie — met name door Israël en de VS — die niet primair op democratie maar op regime change lijkt gericht. In een ideaal scenario zou een opstand resulteren in een overgangsregering en vrije verkiezingen, zoals in enkele vroegere gevallen is gebeurd. Maar vaak ontspoort zo’n proces, vooral als oliebelangen en buitenlandse belangen erbij betrokken zijn; het risico op chaos en een nog slechtere mensenrechtensituatie is reëel.

De berichtgeving in westerse media werkt volgens de schrijver als versterker van die buitenlandse agenda: taalgebruik is gekleurd, verslaggeving simplificeert en plaatst “Teheran” tegenover bij naam genoemde westerse leiders, waardoor sympathie voor anti-regime-acties wordt gemobiliseerd. Tegelijk ontbreekt er veel context uit Iran zelf doordat internet afgesloten is en betrouwbare informatie schaars is. Kritische of genuanceerde Iraanse stemmen, aldus de auteur, krijgen weinig ruimte.

De onrust begon eind december na de instorting van de rial, maar escaleerde snel naar gewelddadige confrontaties. Dat roept vragen op: hoe konden massale schietpartijen zo snel ontstaan in een land waar bezit van vuurwapens zwaar wordt bestraft? Daarbij wijst de tekst op openlijke betrokkenheid van buitenlandse diensten: berichten dat Israël “mensen actief heeft” in Iran en verklaringen van voormalige CIA-functionarissen worden genoemd als aanwijzingen dat externe agenten een rol spelen bij de onrust. Ook Iraanse contrarevolutionaire figuren in ballingschap en activisten die banden met Amerikaanse instellingen hebben, worden als schakel gezien in de westerse strategie.

De auteur bekritiseert ook Nederlandse en internationale actiegroepen en demonstraties in Europa, waar naar eigen waarneming Israëlische symboliek en de vlag van de omvergezette sjah te zien zijn — wat volgens hem duidt op nostalgie naar een pro-westerse, olierijke dictatuur. Nieuwsmedia zouden verder lak hebben aan nuance: er wordt vaak gerapporteerd dat “het regime duizenden demonstranten doodt” zonder te melden dat ook tegenstrijdige, gewapende groepen actief zijn.

Politieke opties die in westerse kranten rondgaan — variërend van bombardementen tot liquidaties — worden bekritiseerd als oorlogszuchtig en gevaarlijk. Een conflict of regimewissel in Iran zou volgens de auteur niet in Westers belang zijn, omdat het de veiligheid van olie- en gasvoorziening bedreigt en grotere geopolitieke instabiliteit kan veroorzaken. Bovendien bestaat het risico dat de mensenrechtensituatie en levensomstandigheden voor Iraniërs verslechteren in plaats van verbeteren.

Tot slot wordt het bredere mediapolitieke patroon aangekaart: westerse massamedia zouden in veel gevallen de bestaande machtstructuren en het Amerikaanse buitenlands beleid ondersteunen (een praktijk die de auteur verbindt aan Chomsky’s idee van “manufacturing consent”), waardoor kritische analyses en binnenlandse Iraanse perspectieven — zoals dat van professor Mohammed Marandi — onderbelicht blijven. De oproep is feitelijk: terughoudendheid in buitenlandse inmenging en meer ruimte voor genuanceerde, onafhankelijke berichtgeving over Iran.