We hebben voor 84 miljard aan goud, wat doen we daar mee?
In dit artikel:
De Nederlandsche Bank (DNB) bewaart 612.450 kilo goud, waarvan ongeveer 14.000 staven van 12,5 kg en circa duizend kisten met munten in Nederland liggen; ruim twee derde ligt in het buitenland (VS, Canada en Londen). Die buitenlandse opslag gaat terug op de jaren vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog, toen Nederland zijn goud uit angst voor Duitse inbeslagname wegvoerde en na de oorlog besloot het daar te laten.
De huidige waarde van dat goud wordt op ongeveer 84 miljard euro geschat — zo’n 4.700 euro per Nederlander — maar die waarde behoort aan DNB, niet aan de regering of individuele burgers. DNB is onafhankelijk en kan niet direct geld uitkeren aan inwoners; de Nederlandse staat is de enige aandeelhouder. Wel kan DNB goud verkopen en een deel van de opbrengst als winst aan de staat overdragen; dat gebeurde ook in de jaren negentig toen de bank een deel van haar goudvoorraad afstootte.
Economische experts benadrukken waarom centrale banken reserves in goud en buitenlandse valuta (deviezen) houden: ze behouden vertrouwen in de munt en geven de centrale bank instrumenten om tijdens crises de wisselkoers te ondersteunen. Als er twijfel ontstaat over de waarde van de euro, kan de ECB — waar DNB deel van uitmaakt — buitenlandse valuta verkopen om de euro tegen de dollar of yen te stabiliseren. Daarom is het belangrijk dat opbrengsten van eventuele goudverkopen deels in deviezen worden aangehouden; geheel verkopen zonder in deviezen te blijven zitten zou onverstandig zijn.
Kortom: het grootschalige goudbezit van DNB is historisch bepaald, dient als buffer en instrument voor stabiliteit, en is eigendom van de centrale bank zelf — met beperkte mogelijkheden om de opbrengst direct aan het publiek of het kabinet ter beschikking te stellen.