We hebben elkaar nodig zodra het een beetje tegenzit
In dit artikel:
Ik wilde een stukje schrijven over winterse narigheid — glibberige straten, natte jassen en een onhandige val — maar de realiteit liep anders. Terwijl Emmen zich klaarmaakte voor code oranje en witte chaos, vloog ik vanuit Düsseldorf naar Egypte; pas bij het opstijgen bleek er drie uur vertraging omdat boven Griekenland geen radiocontact mogelijk was. Uiteindelijk landden we gewoon, en nu zit ik op het strand met 24 graden en zand tussen mijn tenen, terwijl thuis foto’s van bevroren vijvers en stille winkelstraten binnenkomen.
Die contrasten zetten me aan het denken over wat kou met mensen doet. Het dempt geluid, maar vergroot verbondenheid. Ik denk aan de nachtdiensten van de strooiers en wegwerkers van Area die in het pikkedonker routes begaanbaar houden — hun werk valt vooral op wanneer het niet gebeurt. En aan de recente stroomstoring in Berlijn, waarbij buren samen kookten, verlengsnoeren deelden en kaarsen plaatsten: letterlijk kou en donker, maar figuurlijk meer warmte en saamhorigheid.
In Emmen zie je hetzelfde op kleinere schaal: iemand die de stoep van een oudere buurman meeneemt, een voorbijganger die een vastgelopen auto duwt. Voor de schrijver ligt de echte rijkdom van de winter niet in het plaatje op een kerstkaart, maar in het besef dat mensen elkaar ondersteunen zodra het tegenzit — of dat nu door sneeuw, stroomuitval of onverwachte radiostilte is.