We hebben een watertekort, maar bij Rotterdam spoelt het massaal de zee in
In dit artikel:
De Nieuwe Waterweg vormt een groeiend probleem voor de Nederlandse zoetwatervoorziening. Het diepe vaarwater naar de Rotterdamse haven laat bij droogte veel zout zeewater het binnenland binnendringen. Om dat tegen te gaan, wordt voortdurend Rijnwater richting zee afgevoerd. In droge perioden kan daardoor meer dan de helft van het Rijnwater dat Nederland binnenkomt nodig zijn voor het doorspoelen van de vaarweg.
Die aanpak staat onder druk doordat klimaatverandering leidt tot hogere temperaturen, een stijgende zeespiegel en vaker lage rivierafvoeren. Tegelijkertijd neemt de vraag naar zoet water toe. Waterbeheerders treffen al noodmaatregelen om onder meer het Brielse Meer zoet te houden, omdat tuinders en industrie in het Westland daarvan afhankelijk zijn. Toch komt het zoute water steeds verder landinwaarts.
Onderzoekers van Deltares en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben verschillende oplossingsrichtingen beschreven. Een minder ingrijpende optie is het ondieper maken van de Nieuwe Waterweg. Een verdergaand scenario voorziet uiteindelijk in volledige afsluiting. Sluizen zouden het probleem niet volledig oplossen, omdat daarmee nog altijd zout water kan binnenkomen. Alleen een fysieke scheiding tussen zee- en binnenvaart zou de zoutindringing echt kunnen stoppen. In dat geval moeten goederen vanaf zee vermoedelijk over land of via een aangepast havensysteem verder worden vervoerd, met grote economische gevolgen voor Rotterdam.
Het Havenbedrijf kijkt inmiddels serieuzer naar de kwestie dan enkele jaren geleden. De directe toegang voor zeeschepen geldt als een belangrijk concurrentievoordeel van de haven, maar droogte bedreigt ook bedrijven in het havengebied zelf. Een mogelijke tussenweg is de vaargeul geleidelijk te laten verondiepen. Volgens een modelstudie kan het ongeveer honderd jaar duren voordat de diepte op natuurlijke wijze van zestien naar vijf meter afneemt. De haven zou zich in die periode kunnen aanpassen, bijvoorbeeld door activiteiten meer richting de Maasvlakte te verplaatsen.
Een ondiepere riviermond zou niet alleen minder doorspoelwater vragen, maar mogelijk ook bijdragen aan bescherming tegen hoogwater. Vooral de bereikbaarheid van raffinaderijen en chemische bedrijven in de Botlek zou echter verslechteren. Deskundigen vinden daarom dat de gevolgen zorgvuldig moeten worden onderzocht en gekoppeld aan de verduurzaming van de petrochemische sector. Volgens hen blijft het terugdringen van klimaatverandering zelf de belangrijkste manier om de toekomstige waterproblemen te beperken.
De Oranjezomer: Noa Vahle in discussie met Chris Woerts: 'Al die Eredivisie-fans hebben nu de tv uitgezet!'