We geven jaarlijks 20 miljard uit aan de ouderenzorg, maar niemand heeft zicht op de kwaliteit
In dit artikel:
Sinds de zomer van 2022 hoeven verpleeghuizen niet meer verplicht cijfers over patiëntveiligheid te publiceren. In plaats daarvan leveren zorginstellingen één keer per jaar een vrij vormgegeven ‘kwaliteitsbeeld’ op basis van het nieuwe Generiek kompas — een breed, door koepels en zorgpartijen opgesteld kader dat de oude, striktere kwaliteitsstandaard verving. Die koerswijziging kwam voort uit bezuinigings- en hervormingsplannen van het kabinet Rutte IV en minister Conny Helder, die via het WOZO-programma ouderen langer thuis wilde houden om personeelstekort en kosten te beperken.
Het gevolg is dat publiekelijk beschikbare, vergelijkbare indicatoren zoals medicatiefouten, doorligwonden en valincidenten grotendeels zijn verdwenen. Alleen cliënttevredenheidmetingen zijn nog verplicht; verder mogen organisaties zelf bepalen hoe ze kwaliteit presenteren — van tekst en infographics tot video’s of animaties. Patiëntenorganisaties en ouderenbonden luiden daarom de noodklok: zonder gestandaardiseerde cijfers is vergelijking tussen instellingen lastig tot onmogelijk, leren van incidenten wordt bemoeilijkt en burgers hebben geen betrouwbaar zicht op waar de zorg wél of níet goed is.
De Patiëntenfederatie stapte uit het Kompasoverleg omdat zij meende dat vijf concrete indicatoren cruciaal waren voor transparantie. Recente onderzoeken bevestigen haar zorgen: wetenschappers van de Universiteit Maastricht vonden dat twintig onderzochte kwaliteitsbeelden weinig vergelijkbaar zijn en zelden veiligheidscijfers bevatten; consultants van Berenschot analyseerden 570 kwaliteitsbeelden en zagen veel ambitieuze verklaringen maar weinig concrete uitkomsten of bruikbare informatie voor cliënten. Dat schept volgens critici het risico van selectieve rapportage en maakt burgers afhankelijk van de mate van openheid van individuele instellingen.
Tegelijkertijd groeit het commerciële aanbod in de ouderenzorg: ‘zorgvilla’s’ en investeerders die rendement zoeken betreden de markt. Kritische stemmen wijzen erop dat onderdelen van het jaarlijks circa 20 miljard euro tellende zorgbudget zo buiten de directe zorg terechtkomen — bij consultants, dure software en beleggers — terwijl artsen en inspectie al langer waarschuwen voor ondermaatse zorg in sommige commerciële huizen. Gezondheidseconoom Bram Wouterse benadrukt dat cijfers niet alles zeggen, maar dat ze wel nuttige inzichten bieden en dat er nog veel te winnen valt in het ontwikkelen van werkbare indicatoren.
De Kompaspartijen verdedigen hun aanpak: volgens woordvoerder Esther Hendriks van MantelzorgNL gaven oude indicatoren ook geen volledig beeld en is het melden van incidenten aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verplicht gebleven. Ze erkennen verbeterpunten, bijvoorbeeld op vergelijkbaarheid, en beloven samen verder te werken aan concrete invulling. Critici als voormalig campagnevoerders Carin Gaemers en Hugo Borst zien daar echter weinig vertrouwen in: volgens hen lost het Kompas het kwaliteitsprobleem niet op en maakt het juist ruimte voor ‘cowboys’ in de zorg. Ze waarschuwen ook dat medewerkers de sector verlaten omdat ze hun werk niet goed kunnen doen.
De centrale politieke vraag blijft: geven we de steeds grotere zorguitgaven aan écht kwalitatief goede ouderenzorg? Veel betrokkenen vrezen dat het antwoord onhelder is zolang gestandaardiseerde, publieke informatie over veiligheid en uitkomsten ontbreekt.