Waterschap gaat strijd aan met rivierkreeft en legt rekening bij Rijk
In dit artikel:
Al jaren veroorzaken Amerikaanse rivierkreeften grote schade in Nederlandse binnenwateren, vooral in het westen van het land. De exoot graaft holen in oevers en dijken, eet waterplanten, insecten en eitjes van amfibieƫn en vissen en bedreigt zo de waterkwaliteit en inheemse soorten. De soort kwam in de jaren tachtig het land binnen en verspreidde zich sinds circa 2005 explosief; alleen al in het beheergebied van Delfland zouden het er tientallen miljoenen zijn.
Omdat landelijke aanpak volgens het Hoogheemraadschap van Delfland te lang op zich liet wachten, is dat waterschap deze week zelf begonnen met een grootschalige vangactie. Dit jaar worden vangacties op tien locaties uitgevoerd, met uitbreiding naar ongeveer 170 locaties volgend jaar. Beroepsvissers vangen de kreeftjes; de vangst gaat deels naar restaurants en groothandels.
De operatie kost ruim 7 miljoen euro. Delfland en de Unie van Waterschappen willen die kosten verhalen op het Rijk, verwijzend naar Europese regels over het uitroeien van schadelijke exoten. Minister Jaimi van Essen weigert die rekening vooralsnog te betalen: volgens haar is volledige uitroeiing al niet meer haalbaar en moeten taken nu verdeeld worden tussen haar ministerie, Infrastructuur en Waterstaat en de waterschappen, waarbij het rijk zich vooral richt op kwetsbare natuurgebieden.
Het conflict draait om verantwoordelijkheden en financiering. Delfland zegt dat eindeloos overleg onhoudbaar is zolang de kreeften blijven voortplanten en wil dat betrokken partijen duidelijkheid en actie leveren.