Wat voor de één een thuiskomst is, kan voor de ander de ondergang betekenen
In dit artikel:
Huisvesting is verankerd als mensenrecht in internationale verdragen, maar het begrip ‘thuis’ reikt verder dan een fysiek dak: het heeft emotionele, symbolische en collectieve betekenis. De Amsterdamse socioloog Jan Willem Duyvendak benadrukt dat een huis ook een thuis is — een plek van veiligheid, identiteit en gemeenschappelijke herinnering — en juist die betekenis maakt wonen tot een politiek en soms strijdbaar thema. Thuiskomen kan daarom zowel herstel betekenen als confrontatie: de terugkeer naar een plek blijkt vaak vervreemdend of onmogelijk.
Literaire en mythologische voorbeelden tonen die ambiguïteit. In de Odyssee herkent Odysseus zijn huis niet meer en herstelt hij orde door extreem geweld; Marga Minco’s verhaal Terugkeer laat naoorlogse joodse overlevenden zien die hun huizen en gemeenschappen terugvinden bezet of omgevormd, waardoor hun terugkeer gekenmerkt wordt door verlies en ontheemding. Deze verhalen illustreren dat tijd, sociale verandering en geweld het idee van een ongeschonden thuis ondergraven.
De recente gebeurtenissen in Palestina dienen als actueel en schrijnend voorbeeld. Na het staakt-het-vuren in Gaza (begin oktober 2025) troffen terugkerende bewoners vaak ruïnes of niets meer aan: sommigen konden in beschadigde kamers blijven wonen omdat het betonnen skelet nog stond; anderen vonden geen enkel spoor van hun woning. Tegelijkertijd nam het geweld op de Westelijke Jordaanoever in 2025 sterk toe: de VN registreerde in oktober 260 aanvallen met slachtoffers en verwoesting, een hoogtepunt sinds het begin van de registratie in 2006. Daarnaast werden recordtenders voor de bouw van duizenden wooneenheden voor tienduizenden kolonisten uitgeschreven, een beleid dat expliciet bedoeld is om Palestijnse statelijkheid en aanwezigheid te verminderen.
Om de opzettelijke vernietiging of onteigening van woningen te begrijpen, introduceren de sociaal-geografen J. Douglas Porteous en Sandra E. Smith het begrip domicide: het doelbewust wegvagen van een thuis als politiek wapen. Domicide omvat uiteenlopende praktijken — van het slopen van wijken tot etnische zuivering en vervangen van bevolkingsgroepen — en is vaak ingebed in koloniale en ontwikkelingslogica waarin ruimte wordt hertekend voor nieuwe bewoners of economische belangen. Historische voorbeelden zijn onder meer de Holocaust, de Armeense genocide en de etnische zuiveringen in het voormalige Joegoslavië; domicide is aldus vaak een component van bredere genocidale strategieën.
Raphael Lemkin wees al op het belang van materiële vernieling in genocidale processen: het slopen van huizen en vernietigen van culturele artefacten tast de dragers van groepsidentiteit en collectief geheugen aan. Porteous en Smith benadrukken dat huizen niet alleen stenen zijn maar ook bronnen van herinnering; hun vernietiging weegt daarom zwaar op de continuïteit van gemeenschappen. Soms blijft de bouwstructuur staan maar worden bewoners vervangen — een fysieke en mentale bezetting die Freud’s concepten van Besetzung (psychische bezetting) en het unheimliche (het onheimelijke) helpt verklaren: het huis verandert in een vreemde plek vol sporen van verlies en trauma.
Het artikel wijst ook op de complexe interactie tussen slachtofferschap en koloniale claims: de zionistische roep om een veilig joods thuis wortelde in de geschiedenis van vervolging, maar leidde volgens de bespreking tot materiële en demografische ontwrichting van Palestijnse levens. Die opeenvolgende bezettingen en tegenbezettingen voeden een cyclus van trauma, legitimatie en geweld die na 7 oktober 2023 een nieuwe fase inging.
Slotconclusie: terugkeer herstelt zelden wat was. Zowel materiële verwoesting als de tijd, veranderde sociale structuren en psychische schade maken het ‘oude’ thuis onherroepelijk anders — soms onherstelbaar. Waar herstel onmogelijk is, ontstaat voor enkelen een diasporische oriëntatie en een kosmopolitische herwaardering van thuis, maar voor de meesten blijft het huis een plaats waarin de geesten van het verleden en de stemmen van verdrongen gemeenschappen hoorbaar zijn. Domicide laat zien dat de vernietiging van huisvestingen niet louter materieel verlies betekent, maar een strategische uitwissing van herinnering, identiteit en het collectieve recht op bestaan.