Wat maakt de documentaire 'Naza', over 'nevenschade' in Gaza, in Israël zelf los?

woensdag, 14 oktober 2026 (14:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De documentaire Naza van de Israëlische filmmakers Yuval Abraham en Rachel Szor heeft in Israël grote woede en discussie veroorzaakt. De film is in Israël nog niet publiek vertoond, maar ministers beschuldigen de makers al van landverraad. Er wordt onderzocht of hun staatsburgerschap kan worden ingetrokken en of de film verboden moet worden. Als reactie verscheen de tegendocumentaire Naza: The Real Story.

In Naza vertellen anonieme Israëlische militairen hoe in Gaza doelen worden opgespoord en aangevallen, onder meer met behulp van kunstmatige intelligentie. Volgens hen worden grote aantallen burgerslachtoffers vooraf ingecalculeerd en wordt soms ’s nachts een woning aangevallen om een Hamas-lid te doden, ook wanneer familieleden aanwezig zijn. De geïnterviewden beschrijven een vergaand surveillancesysteem en situaties waarin identificatiefouten tot dodelijke aanvallen zouden hebben geleid. Ook zeggen zij dat bij de berekening van zogenoemde nevenschade geen onderscheid tussen volwassenen en kinderen werd gemaakt.

De betrouwbaarheid en controleerbaarheid van die beschuldigingen vormen het belangrijkste kritiekpunt. De bronnen blijven anoniem, hun functies en verantwoordelijkheden worden niet duidelijk gemaakt en de film vermeldt niet wanneer en waar de beschreven aanvallen plaatsvonden. Daardoor zijn de verhalen moeilijk onafhankelijk te verifiëren. Ook blijft volgens de auteur onduidelijk hoe de commandostructuur precies werkte en wie uiteindelijk toestemming gaf voor aanvallen met een bepaald risico op burgerslachtoffers.

De voormalige inlichtingenofficier O., die na 7 oktober 2023 als reservist diende, ontkent niet dat Israëlische militairen zich aan misstanden kunnen hebben schuldig gemaakt. Wel verwerpt hij de suggestie dat burgers doelbewust massaal werden aangevallen. Volgens hem worden doelwitten met meerdere bronnen opgespoord en vooraf getoetst aan militaire en juridische criteria. Daarbij wordt de verwachte nevenschade berekend en kan een aanval worden afgeblazen als het risico te groot is. Na de Hamas-aanval van 7 oktober werden de regels volgens hem versoepeld om Israëlische militairen beter te beschermen, maar het leger bleef volgens hem gebonden aan het principe van de ‘zuiverheid van de wapens’.

O. vindt dat Naza de context van de oorlog onvoldoende laat zien. De moorden, verkrachtingen en gijzelingen tijdens de Hamas-aanval, waarbij ongeveer 800 burgers werden gedood en 251 mensen werden ontvoerd, komen volgens hem nauwelijks aan bod. Hij erkent het enorme leed in Gaza en betreurt de dood van vrouwen en kinderen, maar vindt de strijd tegen Hamas noodzakelijk. Juist daarom ervaart hij de film als een pijnlijke en onvoldoende onderbouwde aanval op Israëlische soldaten.

Ook Sarit Zehavi, voormalig luitenant-kolonel van de militaire inlichtingendienst en oprichter van een veiligheidsinstituut, verdedigt de Israëlische procedures. Zij stelt dat nevenschade in het leger juist een waarschuwing is om te onderzoeken hoe burgers kunnen worden beschermd, niet een automatisch geaccepteerd aantal doden. Volgens haar toont de film te weinig van de controles, evacuatiebevelen en beslismomenten die aan een aanval voorafgaan. Ze betwijfelt daarom de journalistieke integriteit van Naza: de makers hadden volgens haar ook voormalige officieren moeten spreken en Israëlische werkwijzen met die van andere legers moeten vergelijken.

De auteur, die de documentaire in Nederland zag, begrijpt de Israëlische schok maar vindt de getuigenissen onthutsend. De anonieme militairen spreken volgens hem mechanisch over aantallen slachtoffers en het uitvoeren van bevelen. De film laat zien hoe digitale inlichtingen, doelwitselectie en bombardementen een systeem konden vormen waarin zeer hoge aantallen burgerslachtoffers werden aanvaard. Tegelijkertijd geeft de documentaire onvoldoende informatie om de zwaarste beweringen te toetsen. De anonimiteit beschermt de bronnen, maar maakt het ook moeilijk vast te stellen of zij uit eigen ervaring spreken en welke invloed zij op besluiten hadden.

Volgens sociaal-psycholoog Daniel Bar-Tal gaat de controverse daarom niet alleen over de kwaliteit van de film, maar ook over Israëls nationale zelfbeeld. Veel Israëliërs bekijken de oorlog vrijwel uitsluitend vanuit het trauma van 7 oktober en de historische angst voor vernietiging, die mede door de Holocaust wordt versterkt. Informatie over het Israëlische optreden in Gaza bedreigt volgens Bar-Tal hun beeld van Israël en het leger als moreel handelende beschermers. Militairen die daar kritiek op leveren, worden daardoor snel als verraders gezien.

Bar-Tal stelt dat slechts een kleine minderheid van de joodse Israëliërs de ernst erkent van wat Israël in Gaza heeft aangericht. Volgens hem spelen gebrekkige kennis over de geschiedenis van Gaza, de bezetting, de blokkade en de machtspositie van Hamas daarbij een rol. Naza legt zo een pijnlijke dubbelheid bloot: de film kan een noodzakelijke discussie over mogelijke oorlogsmisdaden openen, maar schiet door zijn beperkte context en gebrekkige verifieerbaarheid tekort om veel Israëliërs te overtuigen. De felle kritiek kan daardoor zowel een terechte vraag naar journalistieke zorgvuldigheid zijn als een manier om de ongemakkelijke vragen over Israëls handelen te ontwijken.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen blikt vooruit op zaak-Jhon van Beukering: 'Dat wordt interessant!'