Wat ligt, meer dan 30 jaar na de sluiting van de mijnen, nog onder de grond in Limburg?
In dit artikel:
Bijna 34 jaar na de sluiting van de laatste Limburgse mijn onderzocht Radio 2-verslaggever Bjorn Verhoeven wat er nog onder de provincie ligt. Op 30 september 1992 kwam in Heusden-Zolder de laatste mijnwerker bovengronds. Daarmee eindigde na bijna een eeuw de Belgische steenkoolproductie. In Limburg waren zeven mijnen actief; naar schatting 930 mijnwerkers kwamen er om het leven.
De mijnsites waren verbonden door honderden kilometers aan gangen, sporen en schachten. Nadat de pompen na de sluiting werden stilgelegd, liepen de ondergrondse ruimtes vol grondwater. Volgens oud-mijnwerkers zijn de gangen daardoor niet volledig ingestort, maar blijven ze door de waterdruk deels open. Toch zijn de schachten uiterst gevaarlijk: zonder onderhoud sluiten sommige ruimtes geleidelijk en bestaat er risico op verzakkingen.
Omdat de mijnen om economische redenen sloten en niet omdat de steenkool op was, zit er nog veel steenkool in de bodem. De totale geologische reserve wordt geschat op ongeveer 30 miljard ton. Een technisch en economisch haalbare winning zou volgens voormalig mijnwerker Robert Coens nog zo’n 800 miljoen ton kunnen opleveren, vooral onder Opglabbeek, Hechtel-Helchteren en de regio Meerhout-Balen-Leopoldsburg.
Ook een groot deel van de mijnuitrusting bleef ondergronds. Locomotieven, wagons, spoorfietsen, metalen steunframes, honderden kilometers spoor en een deel van het kleinere materiaal werden niet naar boven gehaald, omdat dat meer zou kosten dan de schrootwaarde. Sommige locomotieven werden vlak voor de sluiting nog geleverd en vervolgens in betonnen bunkers ingemetseld. In Beringen lag naar schatting 105 kilometer spoor; in Zolder en Houthalen samen ongeveer 165 kilometer.
De grootste onbekende is de mogelijke milieu-impact. Ondergronds bleven volgens Coens duizenden liters olie, vet, hydraulische emulsie, chemische producten en asbest achter. Die stoffen kunnen het grondwater hebben verontreinigd. De Vlaamse Milieumaatschappij voert daar momenteel geen actief onderzoek naar uit. OVAM erkent dat materiaal is achtergebleven, maar wijst erop dat de bovengrondse terrils in de jaren 80 wel werden gesaneerd.
Verder liggen er nog delen van een omvangrijke koel- en ventilatie-installatie. Op grote diepte konden temperaturen door aardwarmte oplopen tot ongeveer 41 graden, naast de hitte van machines en de aanwezigheid van gevaarlijke gassen. Een grote koelinstallatie van 20 tot 25 meter lang werd daarom eveneens ondergronds ingemetseld.
De mijnsluitingen hebben niet alleen fysieke sporen nagelaten. Voor duizenden werknemers en hun families betekende 1992 een zwaar trauma. In Zolder werkten op het hoogtepunt 10.000 mensen. Voormalig mijnwerker Eddy Pluimers betreurt dat veel schachtbokken snel werden afgebroken en dat er nauwelijks afscheid van de ondergrond was. De resterende schachtbok in Heusden-Zolder wordt nu gerenoveerd; vanaf het najaar van 2027 moet er een XR-centrum met skybar komen. Pluimers hoopt daarnaast op een monument dat de slachtoffers en het mijnverleden beter herdenkt dan het huidige riooldeksel op de voormalige mijnsite.
De Oranjezomer: Carrie ten Napel stevig aan de tand gevoeld door Raymond Mens: 'Hou op, schei uit!'