Wat leverde Trump een jaar handelsoorlog op?
In dit artikel:
Op 2 april 2025 trok president Trump een streep door decennia van Amerikaanse vrijhandel toen hij een omvangrijk pakket invoerheffingen aankondigde — een gebeurtenis die inmiddels een jaar geleden plaatsvond en sindsdien de wereldeconomie heeft hertekend. Het pakket leverde het Amerikaanse ministerie van Financiën in 2025 een recordopbrengst op van ongeveer 287 miljard dollar (circa 5,5% van de begroting): wel veel hoger dan in de afgelopen eeuw, maar nog steeds niet te vergelijken met de 19e-eeuwse afhankelijkheid van douanegelden.
Het belangrijkste politieke doel — wederopstanding van de binnenlandse industrie — lijkt niet behaald. Tussen begin 2025 en begin 2026 verloor de Amerikaanse maakindustrie ongeveer honderdduizend banen. Dat verlies hangt samen met een sterke verschuiving van investeringen naar AI-infrastructuur (datacenters) die arbeidskrachten aantrekken, en met hogere elektriciteitskosten die binnenlandse productie duurder maken. Bovendien drukken consumenten de rekening: onderzoek van het Yale Budget Lab toont aan dat 40–80% van de tariefverhogingen wordt doorberekend in consumentenprijzen, waardoor de heffingen feitelijk als consumptiebelasting werken in plaats van dat ze volledig door buitenlandse partijen worden gedragen.
Internationaal hebben de heffingen handelsstromen veranderd. De totale handel tussen de VS en China kromp van 658 miljard dollar (2021) naar 414 miljard (2025). In plaats van volledig los te komen van de VS heeft China veel productie en assemblage verplaatst naar Zuidoost-Azië, Mexico en Taiwan, waarna goederen via andere routes alsnog bij Amerikaanse markten belanden. Die omleidingen stimuleren Chinese export naar andere regio’s — Azië, Latijns-Amerika, Afrika en Europa — en veroorzaken daar forse importstijgingen die sommige economen een nieuwe “China-schok” noemen. Dit verschuift ook geopolitieke spanning, omdat landen meer geneigd raken zelf protectionistische maatregelen te nemen.
Juridisch stuitte de administratie op beperkingen: het Hooggerechtshof verwierp eind februari het gebruik van de International Emergency Economic Powers Act als rechtvaardiging voor de heffingen. De regering vond alternatieve wettelijke gronden om veel maatregelen in stand te houden. Politiek blijft het risico groot: als inflatie door conflicten (onder meer de oorlog VS–Iran) oploopt, kan dat de publieke onvrede tegen de heffingen in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen vergroten.
De betrekkelijke balans na een jaar is dus gemengd: aanzienlijke maar beperkte fiscale opbrengst, teleurstellende arbeids- en industriële effecten, grootschalige heroriëntatie van wereldhandel en groeiende politieke en diplomatieke spanningen. De reactie van China — dat vorig jaar al met exportbeperkingen op zeldzame aardmetalen antwoordde — en het aanstaande ontmoeting tussen Trump en Xi in Beijing in mei zullen bepalen of het fragiele bestand tussen de twee grootmachten standhoudt of verder escaleert.