Wat kunnen we leren van de teloorgang van het digitale dorpsplein Twitter?
In dit artikel:
Sinds Elon Musk Twitter vier jaar geleden kocht en omdoopte tot X, zoeken veel gebruikers, journalisten en politici naar een nieuw digitaal dorpsplein. Initiatieven als Bluesky, Mastodon en het opnieuw gelanceerde Hyves spelen daarop in. Ook media proberen zich op alternatieve, kleinschaligere sociale netwerken te vestigen. Maar volgens het artikel is het belangrijk om niet alleen een nieuw platform te zoeken, maar vooral te leren van de fouten van twintig jaar Twitter.
De eerste les is dat het vroege cyberidealisme niet is uitgekomen. Twitter werd rond 2007 gezien als een open, informeel en technisch toegankelijk medium dat burgers rechtstreeks met politici, bedrijven en journalisten zou verbinden. Gebruikers konden zelf bijdragen en toepassingen ontwikkelen; de grens tussen producent en publiek vervaagde. Tijdens het South by Southwest-festival groeide Twitter uit tot een wereldwijd fenomeen, mede omdat mensen er snel informatie, bronnen en sociale contacten vonden.
Die openheid bleek echter moeilijk vol te houden toen het platform massaal groeide. Bots, trollen, bedreigingen en uiteenlopende gesprekken kwamen samen in één onoverzichtelijke stroom. De tijdlijn werd steeds meer op populariteit en ‘engagement’ geselecteerd, omdat Twitter moest blijven groeien en geld verdienen. Daardoor raakten gebruikers gevangen in een zogenoemde context collapse: gesprekken met verschillende doelen en publieken vermengden zich tot één massaconversatie. De oorspronkelijke intimiteit maakte plaats voor een permanent strijdtoneel.
De tweede les is dat vrijheid van meningsuiting zonder verantwoordelijkheid niet werkt. Twitter was aanvankelijk terughoudend met moderatie, maar moest na onder meer terroristische propaganda, racisme, intimidatie en desinformatie steeds meer regels invoeren. Het bedrijf verwijderde miljoenen botaccounts en richtte een transparantiecentrum op. In 2021 schorste het account van Donald Trump na de bestorming van het Amerikaanse Capitool, uit vrees voor verdere aanzetting tot geweld. Dat besluit voedde tegelijk het verwijt dat sociale media conservatieve stemmen censureren.
De discussie over moderatie werd daardoor politiek explosief. De Amerikaanse regering probeerde desinformatie beter te bestrijden, onder meer met het korte bestaan van de Disinformation Governance Board. Tegenstanders bestempelden dat orgaan als een ‘ministerie van waarheid’ en verspreidden volgens onderzoek van MIT Technology Review een groot aantal berichten over een vermeend censuurcomplot. Elon Musk gebruikte die kritiek als argument om Twitter te kopen. Hij presenteerde zijn overname van 44 miljard dollar als een poging om vrijheid en democratie te beschermen, maar schafte vervolgens veel moderatieregels af.
Het artikel benadrukt dat Twitter geen parlement is, maar een particulier bedrijf. Toch had het door zijn omvang een publieke functie gekregen. Overheden en platforms moeten daarom steeds een moeilijke balans zoeken tussen vrijheid van meningsuiting, bescherming tegen bedreiging en bestrijding van manipulatie. Zowel overheidsbemoeienis als volledige controle door een bedrijf kan gevaarlijk zijn. Het probleem is vooral dat de macht over bereik en zichtbaarheid in één paar handen terechtkomt. Wie het platform bestuurt, bepaalt welke protesten, media, desinformatie of politieke boodschappen veel mensen bereiken.
De derde les gaat over macht en manipulatie. Sociale media zijn niet neutrale doorgeefluiken: algoritmes bepalen welke berichten zichtbaar worden en welke gebruikers aandacht krijgen. Onderzoekers als Shoshana Zuboff beschrijven hoe technologiebedrijven menselijk gedrag omzetten in data, die voor reclame en mogelijk ook politieke beïnvloeding worden gebruikt. Onderzoek in het tijdschrift Nature liet volgens het artikel zien dat gebruikers die overstapten van hun eigen X-tijdlijn naar het aanbevelingsalgoritme politiek conservatiever werden; een omgekeerd effect werd niet gevonden.
Tegelijk waarschuwt de auteur voor overdreven paniek. De vele boeken, documentaires en schandalen over surveillance en beïnvloeding kunnen mensen murw maken, waardoor praktische vragen blijven liggen. Niet elke ontwikkeling is een bewijs dat burgers volledig worden gehersenspoeld. Wel is duidelijk dat platforms hun eigen macht soms benadrukken om adverteerders te overtuigen, terwijl ze diezelfde macht ontkennen zodra ze verantwoordelijkheid krijgen voor politieke manipulatie. De strijd om sociale media is bovendien ideologisch verschoven: waar vroeger vooral links-liberale groepen als mogelijke daders of slachtoffers van censuur werden gezien, geldt dat nu in de Verenigde Staten steeds vaker voor rechts-conservatieve groepen.
De vierde les betreft eigendom, schaal en ontwerp. Een wereldwijd platform dat door één bedrijf of miljardair wordt beheerd, is kwetsbaar voor machtsmisbruik. Jack Dorsey, de medeoprichter van Twitter, zei bij zijn vertrek spijt te hebben van de centralisering van het internet. Volgens hem zouden nieuwe netwerken zo moeten worden gebouwd dat gebruikers eigenaar zijn en geen enkele partij volledige controle kan krijgen.
Musk koos juist voor het bestaande netwerk. In plaats van een nieuw platform op te richten, kocht hij Twitter met honderden miljoenen gebruikers, onder wie invloedrijke journalisten en politici. Dat netwerk-effect maakt overstappen lastig: gebruikers willen naar de plek waar hun publiek is, en media willen aanwezig zijn waar de meeste lezers zitten. Zelfs wanneer een platform verslechtert, blijven mensen zolang er nog genoeg waarde overblijft. Internetjournalist Cory Doctorow noemt dat proces ‘enshittification’: eerst worden gebruikers uitgeleverd aan adverteerders, daarna adverteerders aan investeerders, terwijl het platform op het laatste restje bruikbaarheid blijft draaien.
Die grens lijkt volgens het artikel in zicht. In 2026 bestaat een groot deel van de berichten aan politici uit intimidatie en bedreigingen. Veel daarvan wordt niet verwijderd uit angst een deel van het electoraat kwijt te raken. Tegelijk verspreiden gebruikers zich over kleinere netwerken in plaats van gezamenlijk naar één opvolger van Twitter te vertrekken. Reddit laat zien dat ook grotere platforms kunnen functioneren wanneer gebruikers verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen gemeenschappen. De NRC experimenteert met een eigen server en eigen regels, al betekent dat ook dat de organisatie zelf moet modereren en juridisch verantwoordelijkheid draagt. Marleen Stikker stelt dat die verantwoordelijkheid nooit kan worden uitbesteed.
Nieuwe initiatieven proberen daarom de schaal, regels en eigendomsstructuur anders vorm te geven. Sommige werken met kleine groepen en eigen moderatie; Operation Bluebird onderscheidt bijvoorbeeld vrijheid om iets te zeggen van het recht om een groot bereik te krijgen. Ook ontstaan gespecialiseerde netwerken rond boeken, sport en films, zoals Goodreads, Strava en Letterboxd. Daar is de context duidelijker en sluit de online gemeenschap aan op activiteiten in de fysieke wereld.
De zoektocht naar een nieuw Twitter draait daarmee uiteindelijk niet om nostalgie naar het oude blauwe platform. Het gaat om de vraag hoe een publiek gesprek kan worden ingericht zonder dat het wordt beheerst door één technologiebedrijf, overheid of miljardair. De belangrijkste ontwerpprincipes zijn kleinschaligheid, transparante regels, gedeelde verantwoordelijkheid en eigendom door gebruikers. Alleen zo kan het internet opnieuw ruimte bieden voor debat zonder opnieuw in dezelfde valkuilen van centralisatie, manipulatie en commerciële groei te lopen.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen neemt geen blad voor de mond over radioshow van Johan Derksen