Wat kan Europa leren van China, een land dat wél succesvol terugvocht tegen de dreigementen van Trump?
In dit artikel:
In de confrontatie met de Amerikaanse president koos Peking het afgelopen jaar voor een directe en harde strategie — met zichtbaar succes — terwijl Europese regeringen aarzelden. Op het World Economic Forum in Davos benadrukte de Chinese vicepremier He Lifeng multilateralisme en stabiliteit, maar achter die retoriek schuilde een systematische tegenreactie op Trumps handelssancties.
De escalatie begon in februari 2025, toen Trump importtarieven van 10 procent invoerde (later opgeschroefd naar 20 procent) met de fentanylcrisis als rechtvaardiging. Op 2 april kwamen er nog eens extra heffingen bij. Waar veel democratische landen probeerden te onderhandelen of tijd te winnen, reageerde China binnen dagen: identieke tarieven, plus exportbeperkingen op zeldzame aardmetalen — essentiële grondstoffen voor Amerikaanse technologie- en defensieproductie. Binnen korte tijd waren de tarieven aan beide zijden extreem gestegen; economische analisten noemden het “onverstandige escalatie”. Uiteindelijk trok Washington zich in mei deels terug en stabiliseerde de situatie op een lager niveau, waarna topontmoetingen tussen Xi en Trump werden gepland voor 2026.
Twee factoren verklaren waarom China uit deze strijd als winnaar naar voren kwam. Ten eerste heeft Peking dominante controle over zeldzame aardmetalen: ongeveer 70 procent van de winning en ruim 90 procent van de verwerking wereldwijd. Dat gaf China een drukmiddel dat westerse industrieën snel lam kan leggen. Ten tweede opereerde China snel en eensgezind — beslissingen werden binnen dagen genomen, iets wat veel democratieën door interne procedures niet kunnen evenaren.
De economische cijfers onderstrepen de effectiviteit van die aanpak. Ondanks de handelsconflicten groeide China in 2025 met circa 5 procent en noteerde het een recordhandelsoverschot van bijna 1.200 miljard dollar. De directe export naar de VS daalde met ongeveer 27 procent, maar bedrijven compenseerden door markten in Zuidoost-Azië (+13%) en Afrika (+26%) te versterken; het Amerikaanse aandeel in de Chinese export halveerde sinds 2018.
Europa reageerde anders: waar China direct terugsloeg, probeerde de EU te kalmeren en te onderhandelen. Brussel zette maatregelen op papier maar voerde ze vaak niet door; in een handelsakkoord verlaagde Europa tarieven terwijl de VS hogere heffingen behielden. Toch beschikt de EU over stevige instrumenten — een markt van 450 miljoen consumenten, en sinds 2021 een anti-dwangmechanisme om economische chantage te bestrijden — maar politieke verdeeldheid en veiligheidsafwegingen houden die wapens vaak in de kast. De afhankelijkheid van Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne, de noodzaak om de oostflank veilig te houden en het belang van de NAVO-relatie maken harde tegenmaatregelen politiek risicovol voor veel lidstaten. Bovendien werken besluitvorming over 27 landen en pro‑Trump-gezinde regeringen in sommige lidstaten vertragend.
De les die het artikel trekt: krachtig en geloofwaardig tegenwicht werkt tegen Trump’s druk, terwijl liefdadigheid of begaanheid snel wordt uitgebuit. De vraag blijft of Europa — tussen voorzichtigheid en het risico van verdere concessies — bereid is zijn instrumenten effectiever in te zetten. Recentere bedreigingen van Trump, waaronder opmerkingen over sancties tegen landen die troepen naar Groenland sturen, kunnen dat debat in Brussel aanzwengelen, maar of dat leidt tot meer dan verontwaardiging is onzeker. Soms is Europa’s terughoudendheid verstandig, soms schiet die tekort; wie tegenover Europa zit, bepaalt grotendeels welk van die twee het wordt.