Wat kan Amsterdam leren van Berlijnse kinderdagverblijven? 'In Duitsland pakken ze meer de controle'
In dit artikel:
Berlijnse kinderopvangmedewerkers voeren al jaren actie tegen hoge werkdruk en een tekort aan personeel, en de situatie lijkt sterk op die in Nederland. Toch is er een belangrijk verschil: in Berlijn is ongeveer een vijfde van de opvanglocaties in publieke handen en wordt kinderopvang volledig gesubsidieerd, terwijl Nederland vooral werkt met een mix van commerciële en non-profitaanbieders.
De Berlijnse vakbond Ver.di en onderwijsvakbond GEW strijden voor een cao die niet alleen lonen, maar ook groepsgrootte, pedagogische kwaliteit en verlichting van de werkdruk moet regelen. Medewerkers zeggen dat zij door volle groepen, vroegtijdige sluitingen en structurele onderbezetting het gevoel hebben hun werk niet goed te kunnen doen, met ziekteverzuim en burn-out als gevolg. Na een verbod op stakingen in 2024 kregen de actievoerders onlangs via de rechter opnieuw ruimte om druk op te bouwen, mogelijk zelfs met een staking voor onbepaalde tijd.
De Berlijnse overheid wijst op het gebrek aan personeel, maar volgens de bond verzwakt dat argument nu het aantal kinderen in opvang juist daalt. Tegelijkertijd worden in de stad al locaties gesloten.
Voor Nederland verwacht hoogleraar kinderopvang Ruben Fukkink geen snelle overstap naar volledig publieke opvang. Volgens hem heeft het huidige gemengde stelsel de afgelopen jaren juist geleid tot betere en ruimere kinderopvang, al heeft de sterke groei ook hier de personeelstekorten vergroot. Hij ziet wel voordelen aan meer gemeentelijke regie, bijvoorbeeld bij het zoeken van locaties in dure of snel groeiende wijken. Ook pleit hij voor iets langer ouderschapsverlof, omdat jonge baby’s meer zorg vragen dan oudere kinderen en dat de druk op de sector kan verlichten.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen blijft achter zijn woorden over Renze Klamer staan: 'Mijn bron is zo goed'