Wat is erger, de oorlog in Iran of de leugen die het legitimeert?

zondag, 1 maart 2026 (22:08) - Joop

In dit artikel:

De auteur reageert met afschuw op de recente aanval op Iran en plaatst die gebeurtenis in een bredere analyse: volgens hem/haar draait die oorlog — net als veel eerder gevoerde conflicten — niet om de zogenaamde bevrijding van bevolkingen, maar puur om machtsbehoud en machtsuitbreiding. De opvoering van bevrijdingsretoriek dient volgens de schrijver als rechtvaardiging voor militaire acties; wie kijkt naar het handelen van leiders als Trump en Netanyahu ziet dat die retoriek snel ontmaskerd wordt door hun binnenlandse omgang met kritiek en macht.

De tekst noemt een breed patroon: westerse samenlevingen houden vast aan het idee dat zij de 'goede jongens' zijn, terwijl externe groepen (Russen, Chinezen, moslims) als vijanden worden voorgesteld. Tegelijkertijd ontkent men dat hetzelfde machtsdenken ook in het eigen land leeft. Als voorbeelden fungeren het asieldebat en politieke voorstellen die vreemdelingen de schuld geven, maar ook het recente beleid van het Nederlandse kabinet (aangeduid als 'kabinet Jetten') waarin verkiezingsbeloftes volgens de auteur onder druk van neoliberale belangen snel zijn losgelaten — een illustratie dat macht en het behoud daarvan vaak zwaarder wegen dan het algemeen belang.

De auteur koppelt oorlogen en binnenlands beleid aan het bredere neoliberale systeem: democratie vormt hiermee vaak slechts een dekmantel voor economische macht en vrije markt-ideologie. Belangrijke sectoren, zoals de wapenindustrie en de farmaceutische industrie, zouden financieel profiteren van crises (oorlog, coronabeleid), terwijl burgers, natuur en toekomstige generaties de rekening betalen. Klimaatbeleid wordt ook kritisch bekeken: het zou niet primair om natuur of mensen draaien, maar om het behouden of omvormen van macht en afhankelijkheden (bijvoorbeeld van fossiele brandstoffen naar schaarsere mineralen).

Cognitieve dissonantie speelt volgens de schrijver een grote rol: mensen blijven vertrouwen op externe redders of nieuwe leiders-ideologieën, in de hoop dat andere figuren of partijen wél macht dienstbaar maken. Steeds opnieuw blijkt die hoop misplaatst omdat nieuwe machthebbers volgens de auteur hetzelfde patroon volgen. Macht wordt zelfs vergeleken met een besmettelijke ziekte die ongelijkheid, oorlogen en ecologische schade voortbrengt.

Als alternatief stelt de auteur een andere route voor: individuele innerlijke transformatie. Door het contact met de eigen essentie te herstellen — het bewustzijn van afgescheidenheid en het helen van persoonlijke pijn — zou verandering zich collectief kunnen uitrollen. Leiderschap zou dan verschuiven van machtshoudend naar dienstbaar leiderschap, voortkomend uit mensen die in zichzelf zijn gegrond. Vanuit dit grassroots-herstel kunnen onderstroomig nieuwe structuren ontstaan die, als de omstandigheden rijp zijn, zichtbaar worden en de oude machtsstructuren gaan vervangen.

De tekst sluit af met een persoonlijke noot: het vooruitzicht op die transitie geeft hoop, terwijl de inval in Iran die hoop ondermijnt. De kernboodschap is dat oorlogen en veel actuele crises signalen zijn van een diepgeworteld machtsprobleem dat niet met nieuwe machtsdragers maar met innerlijke en collectieve hervorming kan worden aangepakt.