Wat is de taak van de Europese Centrale Bank?
In dit artikel:
Auke Zijlstra (PVV) bespreekt in een opiniestuk de recente verschuivingen in de relatie tussen het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank (ECB), en waarschuwt voor verregaande uitbreiding van het ECB‑mandaat. Hij plaatst de huidige discussie in historisch perspectief en zet de belangrijkste feiten en politieke keuzes op een rij.
Korte geschiedenis en mandaat
- De ECB ontstond op 1 juni 1998 en kreeg per 1 januari 1999 volledige monetaire bevoegdheden bij de invoering van de euro als boekhoudkundige eenheid; contant geld werd in 2002 fysiek ingevoerd. Inmiddels telt de eurozone 21 landen.
- De ECB heeft een strikt primair mandaat: prijsstabiliteit. Dat betekent dat het bestrijden van inflatie prioriteit heeft, omdat inflatie koopkracht en economische groei schaadt. Rente is daarbij het belangrijkste instrument.
- Er bestaat ook een secundair mandaat: de ECB mag economische beleidslijnen van de EU ondersteunen, waaronder milieu- en duurzaamheidsdoelen. Volgens het Verdrag is dit secundaire mandaat ondergeschikt aan prijsstabiliteit.
Problemen door gezamenlijk monetair beleid met uiteenlopende begrotingsdiscipline
- Omdat de eurozone één rente kent voor alle lidstaten, is budgettaire discipline in alle landen essentieel. Het Stabiliteits- en Groeipact (met onder meer de 3%-tekortnorm) was daarvoor bedoeld, maar bleek in de praktijk onvoldoende afdoende.
- Hoge staatsschulden en ruime monetaire politiek (lage rentes, negatieve rente, omvangrijke opkoopprogramma’s) hebben spanning veroorzaakt: landen met grote schulden profiteren tijdelijk van inflatie, terwijl spaarders en pensioenfondsen (zoals in Nederland) worden geschaad.
Verandering in beleidsrichting onder Lagarde en kritiek
- Zijlstra bekritiseert beleidsveranderingen onder ECB‑voorzitter Christine Lagarde: de inflatiedoelstelling werd bijgesteld van “iets onder 2%” naar “meer dan 2% maar op termijn richting 2%”. Ook experimenteerde de ECB met negatieve rentes en grootschalige aankoopprogramma’s van staatspapier — instrumenten die volgens hem buiten de oorspronkelijke intenties van de ECB vielen en de geloofwaardigheid rond prijsstabiliteit ondermijnden.
- Bovendien is de ECB begonnen met het meenemen van klimaatrisico’s in haar monetaire en toezichtoperaties. Zijlstra betwijfelt de noodzaak en effectiviteit daarvan en benadrukt dat klimaat uitsluitend (en hooguit) vanuit het prijsstabiliteitskader bekeken mag worden.
Europese Parlement: terugkeer naar het primaire mandaat (10 februari 2026)
- Op 10 februari 2026 stemde het Europees Parlement over het Jaarrapport van de ECB 2025. Volgens Zijlstra markeert dit rapport een omslag: het Parlement legt weer nadruk op het primaire mandaat en is kritischer over het ruime monetaire beleid van de afgelopen jaren.
- Het rapport erkent dat de recente inflatie niet alleen door externe schokken kwam, maar mede door jarenlang ruim monetair beleid, en roept op tot tijdige en proportionele beleidsreacties. De impliciete kritiek op grootschalige aankoopprogramma’s is steviger dan in voorgaande jaren.
- Amendement 66 van de EPP (christendemocraten) werd aangenomen: klimaatverandering mag door de ECB alleen worden meegenomen voor zover het relevant is voor prijsstabiliteit en binnen het wettelijk mandaat. Zijlstra ziet dit als een belangrijke politieke omslag en een afbakening van bevoegdheden.
Spanningen rond benoemingen en politieke dynamiek
- De benoeming van Frank Elderson tot vicevoorzitter van de ECB Supervisory Board zorgt voor zorg bij Zijlstra. Elderson is een uitgesproken voorstander van het integreren van klimaatrisico’s in toezicht en beleid; dat past volgens Zijlstra minder goed bij de nu door het Parlement verlangde begrenzing.
- De stemming over het jaarrapport en de aangenomen amendementen weerspiegelen veranderde politieke verhoudingen in Straatsburg: een rechtse correctie ten opzichte van voorgaand pro‑groen parlementair beleid.
Bijvangst en geopolitieke observatie
- Een bijzonder punt tijdens de plenaire zitting was een liberaal amendement dat kritiek uitte op een strafrechtelijk onderzoek naar Jerome Powell (Fed‑voorzitter) in de VS. Dat gebruikte Zijlstra om te signaleren dat parlementaire aandacht ook kan gaan naar de politieke druk op centrale banken buiten Europa, maar hij vraagt zich af hoe ver dat moet gaan.
Gevolgen en vooruitblik
- Het Jaarrapport 2025 markeert volgens Zijlstra een kantelpunt: inflatie- en rentebeleid krijgen weer prioriteit; de risico’s van ruim monetair beleid worden explicieter benoemd; klimaatambities worden teruggebracht tot het formele mandaat.
- De toekomst hangt af van economische ontwikkelingen en of de ECB haar primaire doelstelling overtuigend kan herstellen. Zijlstra hoopt op een ‘havik’ als opvolger van Lagarde die sterk zal optreden tegen inflatie en monetair beleid weer binnen scherp afgebakende grenzen houdt.
- Hij noemt Klaas Knot als mogelijke kandidaat en noteert diens stelling dat klimaatverandering prijsstabiliteit kan beïnvloeden via aanbod- en vraagstoringen, maar wijst erop dat dit denken volgens hem het onderscheid tussen lange termijn klimaat en kortlopende economische schokken vervaagt.
Kernpunt
- Zijlstra pleit voor helderheid en prioritering: de ECB moet bovenal de inflatie beheersen en haar mandaat niet laten overvleugelen door klimaatpolitiek of het financieren van staatsuitgaven. De recente parlementaire stemming ziet hij als een stap terug naar die prioriteit, maar benoemingen en politieke verschuivingen houden het spanningsveld levend.