Wat is de stand van zaken in de lelieteelt? Van waarschuwende huisarts tot nieuwe regels in gemeente Westerveld

vrijdag, 2 januari 2026 (19:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

DVHN sloot een meerdelige serie over de leliebollenteelt in Drenthe af met een terugblik op wat de krant ontdekte en wat de actuele situatie is. De reeks begon op 10 mei vorig jaar met huisarts Evelien van Soldt uit Wapserveen. Zij signaleerde in haar praktijk naar eigen zeggen een hoger aantal gevallen van Parkinson, ALS, kanker, vroeggeboortes en aangeboren afwijkingen en bracht dat in verband met de intensieve lelieteelt in haar omgeving en het veelvuldige gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Haar uitspraken leidden tot sterke polarisatie, intimidaties en bedreigingen, ook richting haar gezin; haar partner Rieuwert de Haan werd zichtbaar als actievoerder tegen de lelieteelt.

De redactie ging zelf op onderzoek: zijn de bestrijdingsmiddelen werkelijk zo schadelijk, wat toont wetenschappelijk onderzoek en hoe reageren overheid en telers? In de serie kwamen verschillende stemmen aan het woord. Natuurbeschermer Geert Starre pleit voor een onmiddellijke stop op pesticidengebruik; hoogleraar Jeroen van der Sluijs uitte vooral zorgen over insectensterfte rond leliepercelen. Het burgerinitiatief Meten=Weten (Frans Rooijers en Guido Nijland) bekritiseerde instituten als het Ctgb en RIVM vanwege het ontbreken van luchtkwaliteitsnormen voor giftige stoffen en waarschuwde voor gezondheidsrisico’s voor omwonenden.

Tegenover die alarmsignalen plaatste wetenschapsjournalist en chemicus Simon Rozendaal relativering: het aantreffen van stoffen zegt nog niets over werkelijk toxische blootstelling en risico’s. Het Ctgb, dat gewasbeschermingsmiddelen beoordeelt, benadrukte dat toelatingen passen binnen strenge Europese en Nederlandse normen en dat middelen grondig onderzocht worden; volgens Nicole van Straten van het Ctgb zijn de regels in Nederland vaak nog strikter dan strikt noodzakelijk. Het RIVM voert langdurige studies uit (SPARK en OBO-2) naar mogelijke verbanden, onder meer tussen glyfosaat en Parkinson; projectleider Harm Heusinkveld noemt een causaal bewijs de “heilige graal” waar men hard aan werkt, maar zegt dat die relatie nog niet onomstotelijk is vastgesteld.

Tegelijkertijd namen lelietelers zelf stappen richting verduurzaming. In het project Duurzame Bollenteelt Drenthe onder leiding van Hilbrands Laboratorium (HLB) werd volgens HLB de milieu-impact in vijf jaar met circa 50% verlaagd. Het CBS meldt dat het middelengebruik in de lelieteelt landelijk de afgelopen vier jaar meer dan gehalveerd is; HLB-projectleider Ben Seubring schat dat Drentse percelen inmiddels op zo’n 20 kg actief stof per hectare zitten. De provincie steunt de transitie met 750.000 euro en verlangt monitoring en publiek rapporteren van voortgang.

Toch blijven er zorgen en tegenkrachten: telers klagen over hoge investeringskosten (nieuwe bollensoorten, risico op misoogsten) en relativeren het financieel ‘goud’ van de sector — lelieteler Gert Veninga stelde dat maar de helft van de hectares winstgevend is. Juridisch ligt er druk: de Raad van State eiste vorig jaar dat telers aantonen dat hun activiteiten geen schade aan kwetsbare natuur veroorzaken, anders vervallen vergunningen. Jurist Lolke Braaksma riep regionale overheden op strenger op te treden en regels te maken in plaats van omwonenden naar individuele gesprekken met boeren te verwijzen.

Beleidsmatig zijn al beperkingen ingesteld: Drenthe verbiedt teelt van lelies binnen 250 meter van Natura 2000-gebieden en de gemeente Westerveld besloot half december geen nieuwe sierteelt toe te staan binnen 50 meter van bebouwing, sportvelden of scholen. Tegenstanders vinden dat nog onvoldoende en eisen een direct verbod op pesticidengebruik. Hoe de balans tussen volksgezondheid, natuurbescherming en de toekomst van de leliesector zich verder ontwikkelt, blijft onzeker — de discussie en maatregelen zijn nog volop in beweging.