Wat is de impact van de energiecrisis op Europa? Wie zijn de winnaars en verliezers?

woensdag, 18 maart 2026 (17:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Sinds de aanval op Iran door Israël en de Verenigde Staten op 28 februari is het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz vrijwel stilgevallen, met een snelle stijging van olie- en gasprijzen als direct gevolg. Aziatische landen voelen de pijn het eerst: benzinerantsoenen in Bangladesh en schoolsluitingen en thuiswerkplichten in Pakistan werden al gemeld. Europese leiders bespreken donderdag en vrijdag in Brussel welke maatregelen kunnen voorkomen dat de energiecrisis ook hier flink escaleert.

De EU produceerde in 2024 zelf ongeveer 43 procent van haar energie; de overige 57 procent kwam uit het buitenland, bijna uitsluitend fossiele brandstoffen. Daardoor blijft Europa kwetsbaar voor verstoringen op de wereldmarkt. Toch is de huidige schok vooral een prijsprobleem en geen acute fysieke schaarste in veel Europese landen, omdat relatief weinig van Europa’s olie en gas uit het Midden-Oosten komt. Wel levert Qatar circa 5 procent van de Europese gasimport als LNG, wat deels kan worden opgevangen uit voorraden — die aan het begin van deze crisis echter ondergemiddeld gevuld waren.

Deze situatie verschilt van de crisis na de Russische invasie van Oekraïne in 2022: toen ging het vooral om de noodzaak snel van Russisch gas af te stappen en tekenden zich directe leveringsproblemen af. Nu zijn er meer alternatieven beschikbaar dan vijf jaar geleden: het aandeel hernieuwbare elektriciteit is flink gegroeid, elektrische voertuigen nemen een deel van de oliebehoefte weg, en landen hebben nieuwe gasleveranciers gezocht. Analisten wijzen echter ook op de kern van het probleem: zolang lidstaten fossiele brandstoffen blijven gebruiken, blijft Europa afhankelijk van internationale markten en geopolitieke schokken.

Binnen de EU zijn de gevolgen sterk ongelijk verdeeld. Spanje geeft een voorbeeld van snelle vergroening: door grote groei in zonne- en windenergie is de behoefte aan gas en kolen gedaald, waardoor de elektriciteitsprijzen minder snel omhoogschieten. Ember berekende dat Spanje gas en kolen nog in 50 procent van de uren nodig had in 2021, maar dat dit is gedaald naar 15 procent; in Italië ligt dat aandeel rond 90 procent. Scandinavische landen zijn goed beschermd door waterkracht en een hoge EV-penetratie. Frankrijk haalt circa 70 procent van zijn stroom uit kernenergie, wat de importafhankelijkheid verkleint, maar het verouderde park en de noodzaak van uraniumimport tonen ook beperkingen.

Landen met een grote gasafhankelijkheid zitten kwetsbaarder: Italië, dat veel gas importeert, heeft hoge energierekeningen en politieke verdeeldheid over eventuele terugkeer naar Russisch gas. Duitsland ervaart vooral druk op industrie en pumpprijzen; Berlijn zocht na 2022 LNG-deals, onder meer met Qatar. Hongarije en Slowakije blijven opvallend pro-Rusland en importeren veel Russisch gas en olie, deels uit politieke overwegingen. Tegelijkertijd lieten Polen en de Baltische staten zien dat snelle ontkoppeling van Rusland wel degelijk kan: Polen bouwde een LNG-terminal en diversifieerde leveranciers, de Baltische landen schakelden hun elektriciteitsnet los van Rusland en verbonden met Europa.

Kortom: de sluiting van de Straat van Hormuz vergroot de prijsonzekerheid wereldwijd, maar de impact binnen Europa hangt sterk af van het energiemix, opslagcapaciteit, infrastructuur voor LNG en de mate van inzet op hernieuwbare energie en kernenergie. Landen die in de afgelopen jaren flink hebben geïnvesteerd in diversificatie en duurzame opwekking staan er nu relatief beter voor.